Blog

16.05.12

35 jaar trainingsacteren

35 300x225 35 jaar trainingsacteren


Samen met Paul Devilee van Acteursbureau Kapok heb ik de afgelopen maanden studente Karianne Henkel begeleid. Karianne onderzocht voor haar afstuderen aan de Hogeschool van Leeuwarden de geschiedenis van het vak trainingsacteren.

Inmiddels is haar scriptie ingeleverd en is het resultaat bekend: ze is geslaagd!  (uiteraard icon smile 35 jaar trainingsacteren ).

Voor haar onderzoek heeft Karianne met allerlei mensen uit het vak gesproken en dat leverde niet alleen heel veel interessante informatie, maar ook prachtige anekdotes op. Het is echt geweldig om te lezen hoe het vak zich de afgelopen 35 jaar ontwikkeld heeft tot wat het nu is.

Momenteel zijn Paul, Karianne en ik druk bezig om te onderzoeken of we van de informatie uit de scriptie een boekje kunnen maken en dat ook kunnen gaan uitgeven. Dan kan iedereen lezen hoe het vak zicht ontwikkeld heeft.

In dit artikel vind je alvast een hele korte samenvatting van 35 jaar trainingsacteren.

35 jaar trainingsacteren


Ongeveer 35 jaar geleden (de precieze datum is niet bekend) werden er in Nederland voor de allereerste keer acteurs in trainingen ingezet. Dat gebeurde bij de politieopleiding.

Deze eerste periode was een periode van pionieren. Eigenlijk ‘deed iedereen maar wat’. Een acteur in een training was een nieuw fenomeen. Zowel voor deelnemers, trainers als voor acteurs.

Voor acteurs was het eigenlijk ‘not done’ om voor de politie te werken. Collega acteurs zagen het als heulen met de vijand. Het kwam zelfs regelmatig voor dat een acteur van het rollenspel gebruik maakte om zijn weerzin tegen de politie te uiten.

Hierdoor ontstond het beeld bij deelnemers dat de acteurs in trainingen vooral bedoeld waren om het hen moeilijk te maken. Zij zagen de acteurs als tegenstanders.

Ook de samenwerking tussen trainer en acteur was nieuw. Afspraken over de samenwerking waren er toen nog niet en van feedbackregels hadden acteurs nog nooit gehoord.

In eerste instantie kregen de acteurs een grote rol in de nabespreking. Het gebeurde echter regelmatig dat een acteur werkelijk over van alles en nog wat advies gaf of, erger nog, ook de nabespreking gebruikte om de agent eens even lekker ‘af te zeiken’.

Als reactie hierop volgde een periode waarin veel trainers de acteur helemaal niet meer bij de nabespreking betrokken. De acteur verdween dan naar de gang om zich om te kleden voor het volgende rollenspel.

In 1980 ontstond het allereerste acteursbureau: Bureau Wittenburg. In de jaren daarna kwamen er meer acteursbureaus en werden acteurs ook steeds vaker in andere trainingen ingezet.

In deze periode ontstond ook het besef dat de acteur zich dienstbaar dient op te stellen aan het leerproces van de deelnemer. En dat het spelen van een ‘mooie scene’ in een training minder belangrijk was.

Het vak van trainingsacteur kreeg dus steeds meer vorm. Zeker toen in de jaren ’90 de rolverdeling tussen trainer en trainingsacteur steeds duidelijker werd: De trainingsacteur geeft aan wat het effect van het gedrag van de deelnemer is. De trainer legt de koppeling met de theorie.

Ook deden de feedbackregels in deze periode zijn intrede. En werd er van de trainingsacteur steeds vaker verwacht dat hij ook kennis had van de modellen die in trainingen worden gebruikt.

Niet alleen werd steeds duidelijker over welke vaardigheden een trainingsacteur moet beschikken, ook ontstonden de eerste opleidingen tot trainingsacteur. Het werd steeds meer een echt vak!

In de jaren daarna ontwikkelde het vak zich verder en tegenwoordig zijn trainingsacteurs als professionals niet meer weg te denken uit ‘trainersland’.

Zelf ben ik heel erg benieuwd hoe de toekomst van het vak eruit zal gaan zien. Gaan we rollenspelen via Skype doen? Wordt een trainingsacteur een vast onderdeel van Blended Learning? En wat betekent breinleren voor het trainingsacteren?

Wat denk jij? Ik ben heel erg benieuwd naar je reactie! Die kun je hieronder geven.  Of praat mee over de toekomst van het vak op het Trainersevent 2012.

15.05.12

2 Truths + 1 Lie



Kennismakingswerkvorm: 2 Truths + 1 Lie


Je kunt 2 Truths + 1 Lie gebruiken als kennismakingsoefening.

Geef iedereen een eigen flip-over vel en geef de volgende opdracht: “Schrijf je naam op het flip-over vel en zet er drie dingen over jezelf onder die de andere deelnemers niet van jou weten. Twee dingen die je opschrijft zijn waar, één ding is dat niet”.

Heeft iedereen drie dingen opgeschreven? Hang dan alle flip-over vellen aan de muur. Uiteraard doe je zelf ook mee.

De deelnemers lopen nu langs alle vellen en geven op de flip-over vellen van de anderen aan wat volgens het niet waar is.

Als iedereen dat gedaan heeft, vertelt iedere deelnemer wat op zijn flip-over vel waar is en wat niet. Vaak vertellen ze hier leuke anekdotes bij of willen de andere deelnemers er meer over weten.

 

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang iedere week een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en over en rollenspelen.

Of bestel mijn GRATIS E-book ’12 werkvormen voor in je training’

01.05.12

Quote van mei

‘Succes is de vaardigheid van de ene mislukking naar de andere te gaan zonder je enthousiasme te verliezen.’

Winston Churchill

 

Meer quotes?
Kijk bij quote van de maand.

25.04.12

Ben jij nog wel eens deelnemer?

3141346720 f3dcea8dd2 m Ben jij nog wel eens deelnemer?



Sinds een paar maanden zit ik op pianoles. Het is voor mij de allereerste keer in mijn leven dat ik muziekles heb. Ik leer dus niet alleen piano spelen, maar ook noten lezen. Een echte beginneling dus.

In het begin vond ik het erg leuk. Ik kon al snel wat simpele liedjes spelen en zag mezelf al concerten geven. Maar nu, een paar maanden later, ben ik heel erg gefrustreerd. Wat is het moeilijk!

Ik begon me vorige week zelfs serieus af te vragen of pianoles wel iets voor mij is. Moet ik er wel mee door gaan? Kan ik dit op mijn leeftijd nog wel leren? En waarom wil ik dit eigenlijk?

Totdat ik me ineens realiseerde dat ik in de fase ‘bewust onbekwaam’ zit!

Dus zo gek is het niet dat ik dit voel. Het hoort gewoon bij de fase waar ik inzit! Die frustratie is dus heel normaal. Ik besloot daarom toch door te gaan (hoewel de frustratie nog niet weg is hoor).

Tegelijkertijd dacht ik: “Dus zo voelt dat voor deelnemers in een training!”

Natuurlijk weet ik wel dat de fase ‘bewust onbekwaam’ een fase van frustratie is, maar als je het zelf voelt is het toch even anders dan wanneer je tegen een deelnemer zegt: “Die frustratie die je nu voelt, hoort bij de fase waar je inzit”.

Omdat je als trainer dagelijks in een training zit, vergeet je soms hoe het voor deelnemers voelt. Je doet niet anders dan voor een groep staan en mensen nieuwe vaardigheden leren. Het is dan zo vanzelfsprekend, dat je je soms niet meer realiseert hoe het voelt om iets nieuws te leren.

Dat geldt uiteraard ook voor trainingsacteurs. Het doen van rollenspelen is voor ons aan de orde van de dag. En dan vergeet je wel eens hoe pittig dat voor deelnemers kan zijn.

Totdat trainingsacteurs zelf een keer in die situatie komen…

Een paar jaar geleden deed ik samen met vijf andere trainingsacteurs auditie bij een acteursbureau. De auditie bestond (hoe kan het ook anders) uit het spelen van rollenspelen. Bij ieder rollenspel was je of de trainingsacteur of de deelnemer.

Opvallend genoeg, gebeurde er al vrij snel dat wat er in trainingen ook vaak gebeurt:

  • Tijdens de nabespreking van de eerste ronde rollenspelen zei één van de trainingsacteurs: “Ja maar in het echt gaat het toch anders. Dit is natuurlijk geen echte situatie, dus dan is het voor mij moeilijk om mezelf te zijn.” (iets dat ik bijna in iedere training een deelnemer hoor zeggen).
  • In de pauze zei een andere trainingsacteur: “We krijgen zo weinig achtergrond informatie als we een rollenspel ingaan. Met zo weinig informatie kunnen we het toch nooit goed doen?!”(ook iets dat ik niet voor de eerste keer hoorde).
  • Maar ook ikzelf kon er wat van! Na een rollenspel waarin ik de deelnemer was geweest, kreeg ik feedback van de trainingsactrice met wie ik het rollenspel had gedaan. Naast de dingen die goed waren gegaan, gaf ze ook aan wat er minder goed ging. Mijn eerste reactie was in verdediging gaan. Ik kon me nog net inhouden, maar wat wilde ik graag uitleggen waarom ik bepaalde keuzes had gemaakt! (precies wat zo ontzettend vaak gebeurt als wij een deelnemer feedback geven).

Dus wat bleek tijdens de auditie: ook wij trainingsacteurs zijn net deelnemers! icon wink Ben jij nog wel eens deelnemer?

Wat was dat een leerzame ervaring! Ik wist ineens weer hoe het voor deelnemers voelt en hoe spannend een rollenspel kan zijn. De trainingen daarna was ik me daar ineens weer heel erg bewust van! Waardoor ik mijn werk nog beter kon doen.

Daarom ben ik van mening dat het voor iedere trainer en trainingsacteur van essentieel belang is om regelmatig zélf deelnemer te zijn! (een goede reden dus om toch met pianoles door te gaan!).


Wat vind jij?


Ik ben heel benieuwd of je deze mening deelt! Ik lees je reactie graag hieronder.

(En mocht je op zoek zijn naar leuke workshops of cursussen, ik weet er wel een paar icon smile Ben jij nog wel eens deelnemer? ).

15.04.12

Dit is pas teamwork!

Een prachtig voorbeeld van samenwerking.

 

Meer filmpjes voor in je training?
Kijk bij filmpjes.

11.04.12

De valkuil waar iedere trainer in stapt

3298703692 867ff9bc73 m De valkuil waar iedere trainer in stapt


Wat gebeurt er na afloop van een rollenspel?
Ik denk dat het in veel trainingen op de volgende manier gaat:

  • De deelnemer blaast stoom af
  • De overige deelnemers geven een reactie op het rollenspel
  • De trainingsacteur geeft feedback
  • De trainer geeft feedback

Misschien dat de volgorde van de nabespreking er bij jou iets anders uitziet, maar ik vermoed dat je de onderdelen wel herkent.

Hoe lang duurt deze nabespreking bij jou?

Dit vraag ik natuurlijk niet zomaar.

De valkuil van iedere trainer en trainingsacteur is om alles terug te geven wat we gezien hebben. Natuurlijk doen we dit vanuit een goede intentie: we willen dat de deelnemer zoveel mogelijk uit het rollenspel haalt.

Dus geven we feedback op alles wat we gezien hebben. En wij trainers en trainingsacteurs zien nogal wat! icon smile De valkuil waar iedere trainer in stapt Dit betekent dat de nabespreking vaak erg lang duurt.

Je kunt je echter afvragen of deze enorme hoeveelheid goed bedoelde feedback nog wel aankomt bij de deelnemer…

Sterker nog, hoe vaak gebeurt het niet dat de deelnemer maar heel weinig uit het rollenspel meeneemt? En vaak is dat nou net niet datgene wat jij met het rollenspel voor ogen had.

Herkenbaar? Dan vermoed ik dat je in de valkuil bent gestapt waar veel trainers instappen:

Het doel van het rollenspel is te groot.

Veel trainers stoppen namelijk alle theorie die in de training behandeld is in één rollenspel. Dat betekent dat er op alles wat er in de training geleerd is feedback gegeven kan worden.

Stel je geeft een training ‘Het voeren van een slecht-nieuwsgesprek’. ’s Morgens behandel je de theorie: je legt het model en de verschillende stappen uit. ’s Middags komt de trainingsacteur zodat de deelnemers in een rollenspel met het model kunnen oefenen.

Voordat een rollenspel begint, mag iedere deelnemer aangeven wat voor type persoon hij tegenover zich wil hebben. De trainingsacteur speelt dit type persoon en de deelnemer brengt het slechte nieuws. Na afloop van het rollenspel krijgt de deelnemer feedback.

Wat gebeurt er in de nabespreking? De deelnemer krijgt uitgebreid te horen hoe hij het slecht-nieuwsgesprek gevoerd heeft. Dit betekent feedback op de manier waarop hij de inleiding gedaan heeft, op het uitdelen van de klap, op de manier waarop hij de emoties heeft opgevangen, hoe hij is omgegaan met het type persoon dat hij tegenover zich had en vaak ook nog op zijn non-verbale communicatie.

Kortom: hij krijgt op vrijwel alles wat hij gedaan heeft feedback!

De kans is groot dat de deelnemer uit het voorbeeld niet alles onthoudt van wat er in de nabespreking tegen hem gezegd is. Hij zal er daarom zelf het belangrijkste uithalen. En dat is vaak niet wat de trainer met het rollenspel voor ogen had.

De oplossing is even simpel als voor de hand liggend: maak het doel van het rollenspel klein! Je zou bijna kunnen zeggen: hoe kleiner het doel, hoe effectiever het rollenspel.

Dat betekent voor de training ‘Het voeren van een slecht-nieuwsgesprek’ dat je in een rollenspel bijvoorbeeld alléén het uitdelen van de klap laat spelen en alléén daar feedback op geeft.

Om vervolgens een andere deelnemer een rollenspel te laten spelen waarin alléén het opvangen van emoties centraal staat. Etc. etc.

Kortom: wil je een effectief rollenspel? Maak het doel dan klein!

Herken je de valkuil?


Is het doel van het rollenspel in jouw trainingen vaak ook te groot? Of maak jij het doel juist al heel erg klein? Ik lees graag je reactie!

Pas op: valkuil geldt voor iedere werkvorm!


De valkuil geldt niet alleen voor het rollenspel, maar ook vaak voor andere werkvormen. En dat is meteen ook één van de belangrijkste redenen waarom veel trainers het zo moeilijk vinden om zelf werkvormen te verzinnen: ze maken het doel veel te groot!

Wil jij voortaan niet meer in deze valkuil stappen? Kom dan naar de Werkvormen Tweedaagse!

Je gaat niet alleen naar huis met minimaal 50 nieuwe werkvormen, je leert ook hoe je zélf nieuwe werkvormen maakt én we gaan de nieuwe werkvormen ter plekke uitproberen. Kijk voor meer informatie op: http://www.werkvormentweedaagse.nl

02.04.12

Oefenen in de U-vorm

U vorm1 Oefenen in de U vorm

Een rollenspel met een trainingsacteur is ideaal om samen met de deelnemer te onderzoeken welk gedrag in een bepaalde situatie het meest effectief is.

‘Oefenen in U-vorm’ is hier zeer geschikt voor en is een werkvorm waarbij je ook nog eens de hele groep betrekt.

Daarnaast vinden veel deelnemers het een prettige manier van werken omdat ze op hun eigen plek mogen blijven zitten.

De werkvorm


Zorg dat de tafels en stoelen in U-vorm in de ruimte staan.

Bespreek met de groep een veel voorkomende situatie uit hun dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld bepaalde klachten die zij vaak van klanten krijgen.

Vraag vervolgens welk type gedrag van een klant de deelnemers in deze situatie erg lastig vinden. Bijvoorbeeld dominant gedrag.

Oftewel: maak samen met de deelnemers een casus.

Als voor iedereen (deelnemers én trainingsacteur) de casus duidelijk is, geef je aan dat je samen met de groep wilt onderzoeken welk gedrag in deze situatie het meest effectief is.

Zou je de casus uit het voorbeeld gebruiken, dan zou je kunnen zeggen dat je samen met groep wilt uitproberen hoe je met een dominante klagende klant om moet gaan.

Vraag nu aan de groep: “Wie wil dit eens uitproberen?”. Of: “Wie wil laten zien hoe hij dit aanpakt?”. Er is altijd wel een deelnemer die als eerste wil.

De trainingsacteur pakt nu zijn stoel op, gaat tegenover de deelnemer zitten en het rollenspel begint. De deelnemer blijft dus gewoon op zijn plek zitten.

Laat het rollenspel niet meer dan 2-3 minuten duren. Er is dan al voldoende gebeurd om te kunnen nabespreken.

Vraag aan de deelnemer hoe hij vond dat het ging en vraag daarna de rest van de groep om een reactie.

Er zal waarschijnlijk al snel iemand zijn die zegt: “Dat zou ik heel anders doen”. Of: “Dat moet je zo en zo doen”.

Zeg op dat moment: “Ik ben heel benieuwd hoe dat eruit ziet, wil je ons dit eens laten zien?”.

De trainingsacteur pakt vervolgens zijn stoel en gaat nu voor de deelnemer zitten die aangegeven heeft het heel anders aan te pakken.

En het volgende rollenspel begint.

Voordelen van deze werkvorm:

  • De betrokkenheid is erg hoog. Er ontstaat een sfeer waarin niet alleen veel wordt geoefend, maar er ook met elkaar overlegd en gediscussieerd wordt over wat de beste manier is om met bepaald gedrag om te gaan.

  • Deelnemers zien verschillende aanpakken van dezelfde situatie.

  • De dynamiek blijft hoog. Een rollenspel duurt kort en er zijn veel deelnemers die aan de beurt komen. Sommigen zelfs meerdere keren.

  • Je voorkomt de situatie dat je steeds moet vragen: Wie wil er nu? Een regelmatig voorkomende situatie die iedere trainer wel kent.

  • Doordat deelnemers lekker op hun eigen vertrouwde plek blijven zitten, ervaren zij deze manier van werken als veel veiliger. Met als gevolg dat (vrijwel) iedereen wel een keer wil oefenen.


Tips voor de trainer


Wanneer je deze werkvorm inzet, heb je de kans dat deelnemers in de nabespreking hun mond houden omdat ze bang zijn dat ze dan direct aan de beurt komen.

Het is daarom belangrijk dat je niet alleen een onderzoekende sfeer creëert, maar ook duidelijk in de voorbespreking aangeeft wat je van de trainingsacteur verwacht.

Deze werkvorm vraagt namelijk om een extra goede samenwerking tussen trainer en trainingsacteur.

Je verleidt echt samen de deelnemers om te experimenteren. Het is dus belangrijk dat de trainingsacteur niet een te afwachtende houding aanneemt.

Zodra iemand aangeeft het anders te doen, moet ook de trainingsacteur aangeven: “Laten we dat eens gaan uitproberen” en bij de betreffende deelnemer aanschuiven.

Geef dus duidelijk aan dat je dit van de trainingsacteur verwacht.

Tips voor de trainingsacteur


Omdat de deelnemers op hun eigen plek blijven zitten, kan niet iedere deelnemer jou tijdens het rollenspel goed zien. Wees je hiervan bewust!

Bespreekt de trainer het rollenspel wat jij zojuist met de deelnemer hebt gehad na, blijf dan nog even op je plek zitten.

Wordt het rollenspel in zijn algemeenheid nabesproken (het gaat dan dus niet over een specifieke deelnemer) ga dan weer vooraan de groep zitten zodat alle deelnemers je goed kunnen zien.

Wat zijn jouw ervaringen met deze werkvorm?


Heb jij deze werkvorm wel eens gebruikt? Wat zijn jouw ervaringen? Hoe en wanneer gebruik jij deze werkvorm? Ik lees graag je reactie!


Andere werkvormen met trainingsacteurs



Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang iedere week een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en over en rollenspelen.

Of bestel mijn GRATIS E-book ’12 werkvormen voor in je training’

01.04.12

Quote van april

‘Wat onmogelijk lijkt, is vaak ‘gewoon’ moeilijk.’

Stefan Brijs


Meer quotes?
Kijk bij quote van de maand.

27.03.12

Werken met de successpiraal

9789058715296 120x120 ffffff Werken met de successpiraal Ik krijg van trainers vaak de vraag: wat voor observatie opdrachten kan ik de overige deelnemers tijdens het rollenspel geven?

Heb jij die vraag ook?

Dan is het boek ‘Werken met de successpiraal, Rollenspelen met effect’ van Karin de Galan absoluut een aanrader!

Volgens Karin heeft een rollenspel het maximale effect als voldaan wordt aan drie pijlers:

1. Heldere checklisten
2. Effectieve feedback
3. Werken met je hart bij de deelnemer

In dit boek beschrijft zij hoe je heldere checklisten maakt zodat ook de observanten tijdens het rollenspel leren.

Daarnaast lees je in dit boek onder andere hoe je ervoor zorgt dat deelnemers de feedback accepteren, hoe je oefeningen ‘echt’ maakt en hoe je deelnemers verleidt mee te doen aan een rollenspel.

Kopen dus! icon smile Werken met de successpiraal

23.03.12

In de nabespreking gebeurt het!

6761849957 2615f18f4f In de nabespreking gebeurt het!


Tijdens de Werkvormen Tweedaagse in februari hebben we niet alleen heel veel nieuwe werkvormen gemaakt, we hebben er ook ter plekke een aantal uitgeprobeerd.

Tijdens het uitproberen werd duidelijk hoe belangrijk een goede nabespreking is.

Alleen door het stellen van de juiste vragen, kreeg de werkvorm het effect dat de trainer met deze nieuwe werkvorm voor ogen had.

Of zoals één van de trainers tijdens de Werkvormen Tweedaagse zei: “In de nabespreking gebeurt het!”.

Door het stellen van vragen snappen deelnemers niet alleen waarom je hen de werkvorm hebt laten doen, in de nabespreking vallen ook de kwartjes.

Of de deelnemers gaan, zoals Karin de Galan in haar boek ‘Trainingen Ontwerpen’ schrijft ‘de pijn voelen’. En door deze ‘pijn’ worden ze hongerig naar het medicijn; ze willen nieuwe vaardigheden leren.

Welke vragen je stelt is uiteraard afhankelijk van het doel van de werkvorm.

Sterker nog: het doel van je werkvorm bepaalt de vragen die je stelt. Dit zal ik toelichten aan de hand van een praktijkvoorbeeld: een werkvorm die ik tijdens mijn Basiscursus Trainingsacteren inzet.

De werkvorm: Schakel!


Ik vraag de groep in tweetallen tegenover elkaar te gaan zitten. Ik laat hen bepalen wie A is en wie B.

Vervolgens zeg ik tegen de A’s: “Jij wilt samen met je partner en kinderen op vakantie. Je wilt echter een paar dagen voordat de officiële schoolvakantie begint vertrekken.

Je hebt daarom zo een gesprek met het hoofd van de school (B) om te vragen of je je kinderen een paar dagen eerder van school mag halen.

Je mag zelf weten op welke manier je dit gaat vragen. Je kunt dit vriendelijk doen, maar bijvoorbeeld ook heel boos. Wat je kiest is aan jou, maar zodra ik ‘schakel!’ roep verander je de manier waarop je het vraagt.”.

Tegen B zeg ik: “Jouw reactie is dat het niet mag. Ongeacht de manier waarop het gevraagd wordt, jouw antwoord is altijd nee.”.

Ik laat hen beginnen en roep een paar keer ‘Schakel!’. Op een gegeven moment leg ik het stil en wissel de rollen om (ik geef dan ook een andere situatie, maar de kern van de oefening blijft hetzelfde).

De nabespreking: schakelen


Als trainingsacteur is het heel belangrijk dat je snel kunt schakelen. Je schakelt continu van ‘in de rol’ naar ‘uit de rol’.

Wanneer het doel van de werkvorm is dat ik deelnemers laat ervaren hoe lastig het is om snel tussen verschillende soorten gedrag te schakelen, dan stel ik in de nabespreking vragen als:

  • Hoe was het om steeds te schakelen?
  • Lukte het om steeds weer opnieuw ander gedrag te laten zien?
  • Wat gebeurde er met jou op het moment dat ik ‘Schakel!’ riep?

Kortom, de focus in de nabespreking op het schakelen.

Vervolgens leg ik de link naar trainingsacteren, gaan we dieper in op het schakelen tussen ‘in en uit de rol’ en gaan we aan de slag met hoe je dat doet.


De werkvorm kan echter ook een heel ander doel hebben.

De nabespreking: reageren


Vaak zeggen deelnemers in mijn workshops en cursussen: wat is trainingsacteren lastig!

Je moet in een rollenspel zo ontzettend veel dingen tegelijk doen! Je moet het leerdoel helder hebben, onthouden wat er in een rollenspel gebeurt en dan ook nog eens reageren op het gedrag van de deelnemer.

Gebruik ik op dit moment in mijn cursus de werkvorm ‘Schakel!’, dan heb ik een heel ander doel.

Ik gebruik de werkvorm dan om hen te laten ervaren dat het als trainingsacteur reageren op het gedrag van de deelnemer vrijwel automatisch gaat.

In dat geval doe ik natuurlijk ook een hele andere nabespreking!

De focus ligt dan namelijk niet bij degene die schakelt, maar bij degene die ‘nee’ zegt. Ik doe exact dezelfde oefening, maar tijdens de nabespreking stel ik nu vragen als:

  • Hoe was het om nee te zeggen?
  • Waren er verschillen in de manieren waarop jij nee zei?
  • Was het de ene keer anders dan de andere keer?
  • Hoe kwam het dat het de ene keer anders was dan de andere keer?

Als reactie krijg ik dan vaak: “De manier waarop ik nee zei was geheel afhankelijk van de manier waarop het gevraagd werd.” En vaak ook: “Ik had soms echt de neiging ‘ja’ te zeggen (maar ja, dat mocht niet van jou).”.

Wanneer ik daarna vraag hoe zij bepaalden op welke manier ze nee zeiden, krijg ik altijd als antwoord dat dit vanzelf ging. Ze dachten er niet over na, dat ging automatisch.

Ik vat vervolgens hun ervaringen samen en geef daarbij aan dat gedrag gedrag oproept. En dat dit dus ook in een rollenspel gebeurt. Zodra de deelnemer ander gedrag laat zien, doe je dat als trainingsacteur ook. En dat dit bijna als vanzelf gaat hebben ze zojuist zélf ervaren.

Kortom, doordat dezelfde werkvorm nu een ander doel heeft, stel ik in de nabespreking ook andere vragen. En daardoor krijgen de deelnemers ook andere inzichten.


Wat zijn jouw ervaringen met de nabespreking van een werkvorm?


Ik ben heel benieuwd wat jouw ervaringen met de nabespreking van een werkvorm zijn. Vind jij ook dat de nabespreking een cruciaal onderdeel van een werkvorm is? En heb jij ook werkvormen die je voor verschillende doelen inzet? Ik lees graag je reactie!

Wil je ook verschillende nabesprekingen uitproberen?


Heb jij ook werkvormen die je graag eens op een andere manier wilt inzetten? Of ben je uitgekeken op de werkvormen die je altijd gebruikt? Doe dan mee met de Werkvormen Tweedaagse op 11 & 12 mei! Je gaat niet alleen naar huis met minimaal 50 nieuwe werkvormen, je leert ook hoe je zélf nieuwe werkvormen maakt én we gaan de nieuwe werkvormen ter plekke uitproberen. Kijk voor meer informatie op: www.werkvormentweedaagse.nl