
Waarmee speelde jij als kind het liefst? En wat was jouw favoriete speelgoed?
Ik speelde als kind graag buiten. Hutten bouwen, stoepranden en voetballen met de kinderen uit de buurt. Of toneelstukjes maken (ik was altijd regisseur en had natuurlijk ook de hoofdrol
) en dan optreden voor onze ouders (die daarvoor uiteraard moesten betalen).
Natuurlijk had ik ook barbies, maar ik speelde liever met Lego en Playmobil. En mijn trots was lange tijd een hijskraan (voor de kenners: een échte Tonka!).
Ik speelde dus heel veel. Tot ik tiener werd. Toen was het ineens ontzettend kinderachtig. Wat nu? Want ondanks dat ik daar veel te oud voor was, hield ik nog steeds ontzettend van spelen.
Gelukkig had ik daar een oplossing voor: mijn 10 jaar jongere broertje! Als jongen van 7 wilde hij dolgraag voetballen met zijn zus, of samen een Lego stad bouwen. En ik had daardoor een prachtig excuus als mijn vriendinnen me zagen spelen: “Ik doe het voor mijn broertje, dat wil hij zo graag!”.
Aan spelen hangt al snel ‘kinderachtig’. Zeker als tiener! Dan kan spelen absoluut niet meer! Maar hoe zit dat als je volwassen bent? Speel je dan nog wel?
we grow old because we stop playing!”
Benjamin Franklin
Volgens mij houden ook volwassenen van spelen. Toch? Ik in ieder geval wel! En het ‘mag’ tegenwoordig ook steeds meer. Wat dacht je bijvoorbeeld van het Flow vakantieboek voor volwassenen. Met echte kleurplaten!
Volgens primatoloog Isabel Behncke Izquierdo is spelen voor volwassenen zelfs noodzakelijk! We spelen om ons met succes aan te kunnen passen aan de veranderde wereld.
Ook de deelnemers in je training kun je lekker laten spelen. Gewoon, omdat het leuk is (en wie weet leren ze er ook nog iets van!
)
“We spelen niet om te ontwikkelen,
we ontwikkelen door te spelen.”
Daarom in dit artikel een paar ‘kinderachtige’ spellen die je in je training kunt gebruiken. Ik wens je veel speelplezier!
Annemaria koekoek
Alle deelnemers staan achter een lijn aan de ene kant van de ruimte. Kies een “Annemaria”. Deze deelnemer gaat aan de andere kant van de ruimte staan, recht tegenover de groep.
Terwijl ‘Annemaria’ met de rug naar de groep gaat staan en heel hard “An-ne-ma-ri-a Koe-koek” roept, probeert iedereen in de groep Annemaria als eerste te bereiken. Zodra Annemaria ‘koe-koek’ roept, draait hij/zij zich om. Iedereen die op dat moment beweegt is af en moet terug naar het startpunt.
Diegene die als eerste bij Annemaria is, wordt de nieuwe Annemaria.
Stoelendans
Zet de stoelen van alle deelnemers in een kring. Haal één stoel weg (er is dus 1 stoel te weinig). Zet muziek aan en laat alles deelnemers om de kring met stoelen lopen.
Zodra de muziek stopt moet iedereen zo snel mogelijk op een stoel gaan zitten. Voor één deelnemer is geen stoel. Die is ‘af’. Haal weer een stoel weg en begin opnieuw.
Aan het eind is er een winnaar: degene die de laatste stoel bemachtigt.
Blindemannetje
Maak tweetallen. Van ieder tweetal krijgt er één een blinddoek. De ander begeleidt de geblinddoekte over een parcours. Na enkele minuten wisselen.
Ballonnen trappen
Iedere deelnemer krijgt een ballon aan een touwtje om zijn enkel. Na het startsein probeert iedereen de ballonnen van de anderen stuk te trappen en zijn eigen ballon heel te houden. Is je ballon stuk? Dan ben je af.
Degene die als laatste overblijft is de winnaar.
Boompje verwisselen
Ga met de groep naar buiten en kies een aantal bomen uit: één minder dan er deelnemers zijn.
Een ‘is hem’. De anderen gaan bij een boom staan. De deelnemers mogen op eigen initiatief van boom wisselen. Wanneer zij naar een andere boom rennen, kunnen zij getikt worden.
Word je getikt, dan ‘ben jij hem’
Gebruik jij ook kinderspellen in je training? Wat zijn jouw ervaringen daarmee? Of ken je andere leuke kinderspellen om in je training te gebruiken? Ik lees graag je reactie!
Trainersevent 2011
Wil je een dag lekker spelen en na afloop naar huis met nieuwe werkvormen en leuke oefeningen voor in je training? Kom dan op 30 september ook naar het Trainersevent 2011!
photo credit: rhoftonphoto




