Archief categorie ‘Leuke oefeningen’

19.01.12

Vergeet de warming-up niet!

6065229016 88de4568c9 m Vergeet de warming up niet!


Ik ben jarenlang een fanatieke theatersporter geweest. Als theatersporter speel je samen met je team wedstrijden improvisatietoneel. Het team dat het beste kan improviseren is de winnaar.

De input voor de scènes wordt gegeven door het publiek. De mensen in de zaal bepalen bijvoorbeeld de locatie, een voorwerp, de relatie tussen twee mensen of de titel van het lied dat gezongen moet worden.

Dit vraagt nogal wat van het publiek!
Zeker omdat de meeste mensen niet gewend zijn dat ze actief moeten zijn bij een theatervoorstelling.

Om ervoor te zorgen dat het publiek suggesties durft te roepen, is er daarom voorafgaand aan een wedstrijd altijd een warming-up. Deze warming-up bestaat vaak uit het met z’n allen tegelijk de volgende vragen beantwoorden: Wat is je naam? Je hobby? Je lievelingskleur? Je favoriete locatie?

Hierdoor wennen zij alvast aan het roepen van suggesties. En doordat iedereen tegelijk moet roepen, is het lekker veilig.

Gek genoeg doen veel trainers voorafgaand aan het rollenspel helemaal geen warming-up met hun deelnemers. In veel trainingen zitten deelnemers de hele ochtend te luisteren naar de theorie.

Wanneer ’s middags de trainingsacteur aanschuift, wordt er ineens van de deelnemers verwacht dat zij in beweging komen.

En waar het publiek bij een theatersportwedstrijd lekker veilig op zijn eigen plek mag blijven zitten (vaak anoniem dankzij de donkere theaterzaal), wordt van de deelnemers van een training zelfs verwacht dat zij zélf op het toneel gaan staan.

Want zo voelt het als je als deelnemer voorin het lokaal samen met de trainingsacteur ineens een rollenspel moet gaan spelen.

Om ervoor te zorgen dat de overgang voor deelnemers minder groot is, is het handig ook in je training een warming-up te doen. De werkvorm ‘Allemaal tegelijk oefenen’ kun je daar bijvoorbeeld goed voor gebruiken.

Werkvorm: allemaal tegelijk oefenen


Zet de tafels aan de kant en maak twee rijen met stoelen. Zet deze twee rijen tegenover elkaar. Verdeel de groep in tweetallen en vraag ieder tweetal tegenover elkaar te gaan zitten.

Breng een casus in die past bij het leerdoel van je training. Bijvoorbeeld het aanspreken van een medewerker op het feit dat hij deze week al drie keer te laat is geweest. Zorg dat de casus voor de deelnemers helder is.

Bepaal wie welke rol speelt. Dus in het voorbeeld welke rij de leidinggevende speelt en welke rij de medewerker. Start het rollenspel.

Alle tweetallen spelen nu hetzelfde rollenspel.
Tegelijk en naast elkaar. Je geeft ze hierdoor de gelegenheid alvast te wennen aan het doen van een rollenspel.

Laat de deelnemers na een paar minuten van rol wisselen. Hierdoor krijgt iedere deelnemer niet alleen de gelegenheid een keer als leidinggevende te oefenen, hij ervaart ook hoe het is om de huid van de medewerker te kruipen.


Variaties

  • Je kunt na één rollenspel de deelnemers vragen allemaal een plek op te schuiven. Laat hen vervolgens dezelfde casus nog een keer spelen. Hierdoor ervaren zij verschillende aanpakken.
  • Heb je een groep met een oneven aantal deelnemers? Laat de trainingsacteur alvast meedoen.


Nabespreking

Verzamel tips uit de groep voor de aanpak van deze casus. In dit geval: hoe spreek je een medewerker aan die deze week al drie keer te laat is geweest.

Vraag nu aan de groep wie deze casus met de trainingsacteur wil spelen. De deelnemer kan hierbij gebruik maken van de tips die je net verzameld hebt.

(Bron werkvorm: Toolbox voor trainingsacteurs)

Doe jij een warming-up?


Ik ben erg benieuwd wat je van deze werkvorm vindt! En of jij ook een warming-up met je groep doet. Je kunt je reactie (en jouw warming-up) hieronder geven.

 

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang iedere twee weken een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en over en rollenspelen.

Of bestel mijn GRATIS E-book ’12 werkvormen voor in je training’


Andere werkvormen met trainingsacteurs



cc Vergeet de warming up niet! photo credit: Ovi Gherman

29.11.11

Zullen we lootjes trekken?

6342113816 800088af74 m Zullen we lootjes trekken?


Wanneer je na afloop van het rollenspel aan de groep feedback vraagt, komt er vaak dezelfde reactie uit de groep:
“Ik vond eigenlijk dat ze het best wel goed gedaan heeft”. Feedback waar de deelnemer niets mee kan.

Om dit te voorkomen geven veel trainers de groep observatie opdrachten. Iedere deelnemer krijgt dan een onderdeel waar hij feedback op moet geven.

Het voordeel hiervan is dat iedere deelnemer precies weet waar hij op moet letten tijdens het rollenspel. Dit verhoogt niet alleen de betrokkenheid van de deelnemers die kijken, het zorgt er ook voor dat zij veel gerichter feedback kunnen geven.

Een andere mogelijkheid is het trekken van lootjes


Stop alle namen van de deelnemers in een hoge hoed. Laat iedereen een naam trekken. Uiteraard kunnen deelnemers zichzelf niet trekken.

De naam van degene die een deelnemer heeft getrokken, is degene waar hij na afloop van een rollenspel feedback aan gaat geven.

Om te voorkomen dat deelnemers algemene feedback geven, geef je hen een observatie opdracht. Jij geeft aan waar feedback op gegeven gaat worden.

Variant 1.


Wat je ook kunt doen, is dat iedere deelnemer op zijn lootje niet alleen zijn naam, maar ook een ‘verlanglijstje’ zet. Hij geeft dus zélf aan waar hij graag feedback op wil.

Het is belangrijk om een goede instructie te geven over hoe zo’n ‘verlanglijstje’ eruit moet zien. Vertel je deelnemers dat ze zo concreet mogelijk moeten zijn.

Stel een deelnemer schrijft op zijn lootje: ik wil tijdens het rollenspel klantvriendelijk zijn. Dan is het voor degene die hem getrokken heeft nog niet duidelijk waar hij precies feedback op wil. Want hoe ziet klantvriendelijk er voor deze deelnemer uit?

Vraag hun dus concreet gedrag te benoemen.
Bijvoorbeeld: ik wil graag open vragen stellen. Of: ik wil begrip tonen voor de situatie van de klant. Hierdoor weet de observant precies waar hij feedback op moet geven.

Wil je zeker weten dat alle ‘verlanglijstjes’ van goede kwaliteit zijn? Laat iedereen dan zijn lijstje voorlezen voor hij dat in de hoge hoed stopt. Is niet duidelijk waar de betreffende deelnemer precies feedback op wil, dan kun je vragen of hij zijn ‘verlanglijstje’ verduidelijkt.

Variant 2.


Je kunt ook voorafgaand aan de training de lootjes al trekken. Dit kan digitaal, bijvoorbeeld via www.lootjestrekken.nl. Ook hier kunnen deelnemers een verlanglijstje invullen.

Het voordeel van digitaal lootjes trekken is dat je (anoniem) kunt mailen met degene die je getrokken hebt. Dus is het verlanglijstje niet duidelijk, dan kan degene die het lootje heeft getrokken vragen stellen ter verduidelijking.

Hierdoor maak je beide deelnemers verantwoordelijk voor de kwaliteit van het verlanglijstje.
Daarnaast komen ze beiden goed voorbereid naar je training en kun je direct met de rollenspelen beginnen.

Variant 3.


Wil je helemaal in de Sinterklaasstemming blijven: vraag de deelnemers dan de feedback op rijm te geven! icon wink Zullen we lootjes trekken?

Wat vind je van deze werkvorm?


Ik ben benieuwd wat je van deze werkvorm vindt! En of je misschien zelf ook leuke werkvormen voor de nabespreking van een rollenspel kent. Ik lees graag je reactie!

(en wil je zelf leren hoe je werkvormen maakt, kom dan op 10 & 11 februari 2012 naar de Werkvormen Tweedaagse. Let op: Vanaf 1 december gaat de prijs omhoog).

 

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!

cc Zullen we lootjes trekken? photo credit: LordFerguson

15.11.11

Bouw een toren, bouw een team

Tom Wujec presenteert verrassende inzichten uit het “marshmallowprobleem” – een eenvoudige oefening voor teambuilding, met ongekookte spaghetti, een meter tape en een marshmallow.

Wie kan de hoogste toren maken met deze ingrediënten? En waarom doet een verrassende groep het altijd beter dan gemiddeld?





Wil je deze oefening in je training doen? Kijk dan op de website http://marshmallowchallenge.com/Instructions.html voor de uitleg en instructies.

04.11.11

Weet jj nog een leuke werkvorm?

4932655275 9af8d4e8b6 m Weet jj nog een leuke werkvorm?
 

Als trainer wil je deelnemers laten leren door ervaren. En daarom maak je gebruik van werkvormen in je training.

Je hebt ongetwijfeld, net als ik, je favoriete werkvormen. Want je hebt hem zo goed in de vingers, hij werkt zo goed, of hij is gewoon ontzettend leuk.

Maar soms wil je ook wel eens wat anders. Je raakt uitgekeken op de werkvorm. Of je hebt een groep die de werkvorm al kent. Of je gebruikt een theorie waar je geen werkvorm bij hebt. Dus ga je op zoek naar nieuwe werkvormen.

Waar ga jij dan zoeken?

Collega’s


Vraag collega trainers welke werkvormen zij gebruiken. Want ook zij zullen ongetwijfeld een ‘werkvormen-verzameling’ hebben.

Heb je geen directe collega’s (omdat je zelfstandig/freelance trainer bent), stel deze vraag dan online. Dit kun je bijvoorbeeld doen in de Dutch Training Professionals groep op LinkedIn.

In deze groep is de meest voorkomende vraag:

“Wie weet er nog een leuke werkvorm voor… “
(en vul op de … een willekeurig onderwerp in).

Het leuke aan deze groep is dat er heel veel op gereageerd wordt!
Je krijgt dus negen van de tien keer antwoord.

Er zijn in deze groep al heel veel leuke werkvormen voorbij gekomen. Ben je benieuwd welke dat allemaal zijn? Dan hoef je niet alle discussies langs te gaan.

Bas van Riet, de beheerder van deze groep, heeft alle vragen gebundeld en er een aparte website van gemaakt. Dus zoek je een leuke werkvorm, kijk dan ook eens op http://www.dutchtrainingprofessionals.nl/favoriete-werkvormen

En staat daar niets tussen, start dan zelf een discussie en vraag of je collega’s een werkvorm weten.

Boeken


Er zijn boeken vol met energizers en werkvormen geschreven. Dit zijn mijn drie favoriete boeken:

1. Toolbox voor trainingsacteurs

In dit boek vind je maar liefst 45 variaties op de oer-vorm (het ‘ouderwetse’ rollenspel), 29 theorie-ondersteunende oefeningen en 19 energizers.

2. Het Groot Werkvormen Boek

Dit boek is al meer dan 10.000 keer verkocht en dat is niet voor niets. Zoals de naam al doet vermoeden staat dit boek boordevol werkvormen: 120 in totaal.

De werkvormen zijn onderverdeeld in de verschillende doelstellingen die een werkvorm kan hebben. Denk aan: kennismaken, informeren, beslissen, vaardigheiden oefenen, etc.

3. Warming-ups & Energizers

Een boek boordevol oefeningen om een groep in beweging te krijgen.

De oefeningen zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, zoals: kennismaking, leiderschap, teambuilding, fysieke energizers, etc. en worden kort en bondig beschreven.

Websites


Mijn favoriete werkvormenwebsite is werkvormen.info. Op deze website zijn heel veel werkvormen te vinden.

Het is niet alleen een erg overzichtelijke website, er is ook een hele handige zoekfunctie. Je kunt bijvoorbeeld zoeken op categorie, groepsgrootte, thema of tijd.

Naast werkvormen.info zijn er nog ontzettend veel andere websites waar je werkvormen kunt vinden.

Een overzicht van al deze websites, vind je hier: http://werkvormen.posterous.com/ (schrik niet, het is echt een enorme lijst! icon smile Weet jj nog een leuke werkvorm? ).

Zelf werkvormen maken


Wil je echt zeker weten dat een werkvorm passend is voor de groep waarmee je werkt? En het inzicht geeft dat jij wilt bereiken? Dan kun je de werkvorm natuurlijk het beste zelf maken.

Maar hoe doe je dat? Hoe maak je een werkvorm op maat? Dat kan ik je leren! Tijdens de Werkvormen Tweedaagse op 10 & 11 februari 2012. Kijk voor meer informatie op: http://www.werkvormentweedaagse.nl. (Wil je meedoen? Wacht dan niet te lang met aanmelden! Er zijn slechts 20 plekken beschikbaar en tot 15 november is er een zeer aantrekkelijke vroegboekregeling).

Waar vind jij je werkvormen?


Waar vind jij je werkvormen? Of maak jij ze ook zelf? Ik lees graag je reactie!

 

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!

cc Weet jj nog een leuke werkvorm? photo credit: Veronique Debord

04.07.11

Welk effect heeft jouw schriftelijke communicatie?

5880088950 8808253e71 m Welk effect heeft jouw schriftelijke communicatie?


De onderstaande oefening heb ik van Arie Speksnijder van  Bridge2Learn. Deze oefening is zeer geschikt voor een sollicitatietraining.

Doel: deelnemers laten ervaren wat het effect van schriftelijke communicatie is.

Maak een CV en schrijf een motivatie. Maak twee verschillende versies. Inhoudelijk zijn ze hetzelfde, het verschil zit hem in de opmaak en het taalgebruik.

  1. Een mooi vormgegeven cv en een motivatie zonder spelfouten.
  2. Een slordig vormgegeven cv, spreektaal in de motivatie en enkele spelfouten.

Deel aan het begin van de training de brief en motivatie uit. De helft van de groep geef je de eerste versie, de andere helft de tweede versie.

Let op: de deelnemers weten niet dat er twee verschillende versies zijn! Ze denken dus dat iedereen dezelfde versie heeft.

Geef de groep leestijd en vraag vervolgens of ze deze persoon zouden aannemen.

De ene helft van de groep zal enthousiast zijn. De andere helft heeft vaak geen vertrouwen in deze persoon: de brief en het cv zijn slordig, dan zal hij dat in zijn werk ook wel zijn!

Vertel vervolgens de clou.

Heb je ervaringen met deze oefening? Of gebruik jij andere leuke oefeningen waarin deelnemers het effect van hun (schriftelijke) communicatie ervaren? Ik lees ze graag!


cc Welk effect heeft jouw schriftelijke communicatie? photo credit: Renaud Camus

 

Gerelateerde filmpjes

22.09.10

Zullen we samen een tekening maken?

5009867656 a311ddf769 m Zullen we samen een tekening maken?

Nog een paar dagen en dan ga ik verhuizen. De afgelopen weken heb ik daarom fanatiek in het nieuwe huis geklust. Gelukkig niet in mijn eentje. Vrijwel ieder dag kwam er wel iemand helpen. En het is hartstikke mooi geworden (al zeg ik het zelf icon smile Zullen we samen een tekening maken? ).

Het leuke is dat dit resultaat echt in samenwerking tot stand is gekomen. Zo schuurde iemand de plinten, een ander zette ze in de grondverf en weer iemand anders maakte het af. En zo ging het ook met de muren en de vloer.

Tijdens het klussen moest ik ineens aan een leuke teken-oefening denken. Vanwege het samen ergens aan werken. Maar ook omdat veel van mijn vrienden aangaven het wel eens lekker te vinden een dagje te komen verven. Lekker een dag ‘uit mijn hoofd’ noemde een vriend van mij het.

Daarom in dit artikel de betreffende teken-oefening. Zodat je lekker met je deelnemers ‘uit het hoofd’ kunt gaan, oftewel: even lekker samen tekenen.  

Oefening:  Zullen we samen een tekening maken?


Zet de deelnemers in een kring. Liefst aan een tafel, dat maakt het tekenen makkelijker. Zorg voor voldoende potloden, stiften en/of krijtjes. Je kunt eventueel ook stickertjes met figuurtjes neerleggen.

Geef iedereen een leeg papier. Zorg dat dit een lekker groot vel is. Dus bij voorkeur groter dan A4. Als je voldoende ruimte hebt, kun je bijvoorbeeld flip-over vellen gebruiken.

Vraag de deelnemers een tekening te maken. Je kunt ervoor kiezen de opdracht open te houden. Dus alleen te zeggen: “Maak een tekening.”

Je kunt er ook voor kiezen een gerichte opdracht mee te geven. Wat voor soort opdracht is uiteraard afhankelijk van (het thema van) je training. Bijvoorbeeld: teken een symbool voor de organisatie/het team. Of teken wat je van deze training verwacht of hoe je je nu voelt. Etc.

Vertel de deelnemers dat ze niet veel tijd hebben. Dat ze mogen tekenen tot het wekkertje gaat.

Zet nu je kookwekkertje. Bijvoorbeeld op 1 minuut. Hoeveel tijd je ze geeft, is afhankelijk van de grootte van je groep. Hoe groter, hoe minder tijd.

Als het kookwekkertje gaat, stopt iedereen met tekenen. Vervolgens geeft iedere deelnemer zijn of haar tekening door aan degene die naast hem/haar zit.

Geef de deelnemers de opdracht om te kijken naar wat er al getekend is. En naar aanleiding daarvan iets toe te voegen. Vraag hen dus om door te associëren op dat wat er al is. Ze zijn uiteraard helemaal vrij in wat zij toe willen voegen.

Na weer een minuut herhaal je het ritueel. Dus weer iedereen schuift zijn tekening door en tekent iets op de nieuwe tekening.

Net zo lang totdat iedereen zijn eigen vel papier weer terug heeft.

De nabespreking


Je kunt individueel nabespreken (dus iedereen naar zijn eigen tekening laten kijken) of als groep (alle tekeningen samen op de grond leggen en het eindresultaat bespreken).

Tijdens de nabespreking kun je de deelnemers bijvoorbeeld de volgende vragen stellen:

  • Wat valt je op aan je tekening? Is er een bepaald thema?
  • Wat was het effect van de eerste tekening? Is er een relatie tussen hetgeen je zelf als eerste hebt getekend en wat de anderen hebben toegevoegd?
  • Past de tekening nog bij je? Wat herken je van jezelf?
  • Hoe was het om iets bij anderen toe te voegen? Gebruikte je bijvoorbeeld steeds dezelfde materialen/kleuren?
  • Lukte het om echt te associëren op tekeningen van anderen? Waarom wel/niet?
  • Hoeveel ruimte namen jouw tekeningen in ten opzichte van die van de anderen?
  • Zit er een rode draad in alle tekeningen? Is er een bepaald thema in de groep aanwezig?

Ik ben benieuwd wat je van deze oefening vindt! Of ken je zelf nog meer van dit soort oefeningen? Ik hoor het graag!

cc Zullen we samen een tekening maken? photo credit: Daquella manera

14.06.10

Raadsel: de taxi chauffeur

NY Taxi 300x216 Raadsel: de taxi chauffeur

Stel je bent een taxichauffeur. Je vertrekt met een lege taxi naar de Julianalaan. Daar stappen 3 passagiers in die naar het station moeten. Op het station aangekomen, stappen 2 passagiers uit en 1 persoon er weer in. De taxi gaat vervolgens naar Dorpsstraat 14 waar er weer 2 passagiers in stappen. Vanaf hier gaat hij verder naar Schiphol om daar 2 personen uit te laten.

Het is nu 12 uur. De chauffeur bedenkt plotseling dat hij nog een kadootje moet kopen. De taxi rijdt via een benzinepomp op de Valeriustraat om een bos rozen te kopen. Daar wordt meteen ook even 25 liter benzine getankt. Daarna rijdt de taxi naar de Schoolstraat om daar 1 passagier uit te laten en twee op te halen. Deze passagiers moeten allemaal naar een groot congres in de RAI. Aangekomen bij de RAI stappen alle passagiers uit.

Vraag:
Wat is de leeftijd van de chauffeur?

Antwoord:
Je eigen leeftijd!
(stel je bent taxichauffeur).

 

De taxichauffeur in je training


Dit raadsel kun je bijvoorbeeld gebruiken in trainingen waar het gaat over luisteren. Als ik dit raadsel in een training gebruik, introduceer ik hem namelijk altijd als een luisteroefening.

Ik zeg tegen de deelnemers: “Dit is een luisteroefening. Luister dus goed!”

Omdat ik veel feiten en details noem, denken deelnemers dat die belangrijk zijn. Ze proberen die allemaal te onthouden en focussen daar dus daar op.

Ook gaat iedereen rekenen hoeveel passagiers er in de taxi zitten. Zeker als je een korte pauze neemt, iedere keer nadat je hebt genoemd hoeveel passagiers er in en uit de taxi zijn gegaan, gaan mensen bijna als vanzelf rekenen.

Bij de vraag “Hoe oud is de taxichauffeur?” zit de groep je vaak verbouwereerd aan te kijken. Leeftijd?! Hoe moeten wij dat nou weten?!

Over het algemeen zijn er altijd wel een paar deelnemers die ineens het antwoord weten. Zeker wanneer die het antwoord gaan geven en ik die allemaal goed keur (terwijl het allemaal verschillende getallen = leeftijden zijn), is de verwarring compleet.

Tijdens de nabespreking kun je vragen stellen als:

  • Hoe heb je zitten luisteren?
  • Waar heb je op gelet? En hoe komt dat?
  • Welke informatie was in dit verhaal belangrijk? En waarom?
  • Hoe komt het dat je die wel/niet gehoord hebt?
  • Hoe zit in de dagelijkse praktijk?

Foto: Selma Foeken
 

Gerelateerde artikelen:

18.05.10

Wat heb jij een raar loopje!

Gisteren zat ik op een terras te wachten op een vriendin met wie ik had afgesproken. Toen ik haar in de verte zag aankomen herkende ik haar meteen. Aan de manier waarop ze liep zag ik direct dat zij het was.

(En nee, mijn vriendin heeft geen ‘raar loopje’. Dat hebben alleen de mannen van het Ministry of Silly Walks van Monty Python icon wink Wat heb jij een raar loopje! ).

Je kent dat vast ook wel: je ziet en/of hoort iemand aankomen en weet meteen wie het is. Iedereen heeft zo zijn eigen unieke manier van bewegen. En die herken je uit duizenden.

Toch weet je vaak helemaal niet hoe dat er bij jezelf uitziet. Of weet jij wel precies hoe je loopt?!

Als trainer hoef ik je natuurlijk niet te vertellen dat de manier waarop je loopt en beweegt, je lichaamstaal dus, van grote invloed op de communicatie is.

Dat betekent dus dat wanneer je je lichaamstaal bewust wilt inzetten, je eerst moet weten welke lichaamstaal je zelf spreekt. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor jou, maar ook voor de deelnemers van je training.

Daarom in dit artikel een leuke lichaamstaaloefening die je met de deelnemers van je training kunt doen: ‘Wat heb jij een raar loopje!’ Een oefening waarin je deelnemers zelf kunnen zien welke lichaamstaal ze spreken.

Oefening: Wat heb jij een raar loopje


Zet alle tafels en stoelen aan de kant en zorg dat er voldoende ruimte is om rond te kunnen lopen. Laat de deelnemers aan een kant van de ruimte op stoelen zitten.

Vertel de deelnemers dat je een oefening gaat doen waarin de lichaamstaal van iedereen sterk uitvergoot wordt. Dat deze op een karikaturale manier zal worden neergezet. 

Vraag een deelnemer (A) om door de ruimte te lopen. De andere deelnemers geef je de opdracht goed te kijken naar de manier waarop deze deelnemers loopt.

Laat vervolgens een tweede deelnemer (B) achter de eerste deelnemer lopen. Vraag B om de manier van lopen van A zo goed mogelijk na te doen. Geef daarbij aan dat hij de manier van lopen iets moet uitvergoten.

Als B het loopje van A te pakken heeft, vraag je C om hier weer achter de te gaan lopen. Aan C vraag je om de loop van B weer iets uit te vergroten. En tot slot vraag je D daar weer achter te gaan lopen.

Vraag A om uit de rij te stappen en naar de andere drie deelnemers te kijken. De manier waarop B,C en D lopen geeft zeer uitvergroot weer hoe A loopt.

Uit ervaring weet ik dat het confronterend kan zijn om te zien wat voor ‘raar loopje’ je zelf hebt (het zag er echt niet uit icon wink Wat heb jij een raar loopje! ).

Het is daarom belangrijk dat je deze oefening luchtig houdt en duidelijk aangeeft dat het zeer uitvergroot is. Dan kun je er samen lekker om lachen.

Weet jij nog meer leuke lichaamstaaloefeningen, dan hoor ik dat graag! Zet je oefening bij reacties.

 

Gerelateerde artikelen en filmpjes

24.04.09

Oefening: Ja-maar-gedrag

6a00d83420a52953ef0115704b7f6b970b 320wi Oefening: Ja maar gedrag

Een paar jaar geleden zag ik de ja maar show van Berthold Gunster. Een leuke show (met acteurs! icon wink Oefening: Ja maar gedrag ) die inzicht geeft in de bron van ja-maar-gedrag. Een show waarin ook het publiek een actieve rol had.

Onder andere door het doen van de volgende oefening. Een oefening die je ook in je training kunt doen om deelnemers te laten ervaren hoe snel ze in ja-maar gedrag vervallen. 

De gespreksleider (bijvoorbeeld de trainer of de acteur) vraagt de deelnemers volledig mee te gaan in het gesprek dat hij met ze gaat voeren. 

Hij vraagt de deelnemers een ja-en houding aan te nemen.  Dat betekent dat de deelnemer af is als hij ‘nee’, ‘ja maar’ of ‘euh’ zegt. Ook als hij twijfelt of te lang aarzelt is hij af. 

Je kunt bijvoorbeeld de groep vragen als scheidsrechter op te treden, of iemand een bel of zoemer geven en die te laten horen als hij vindt dat de deelnemer geen ja-en houding meer laat zien.

Een gesprek kan er dan bijvoorbeeld zo uitzien:

  • U bent toch kaakchirurg?
    • Ja dat klopt. 
  • Maar u deed oorspronkelijk iets anders,  toch?
    • Ja zeker.  
  • U bent 4 jaar poppendokter geweest.
    • Klopt ja.  
  • Tot die ene dag waarop u een van uw patienten op de operatietafel verloor.
    • Dat klopt.  
  • De beer van uw neefje.
    • Ja, dat was heel erg.   
  • Had u dat zien aankomen?
    • Nee. 

Bij deze ‘nee’ is de deelnemer af. Let op: een ‘nee’ kan ook bevestigend zijn. Bijvoorbeeld bij: maar jij vond dat helemaal niet erg he!? Nee, inderdaad.

De oefening kun je natuurlijk ook in 3-tallen laten uitvoeren waarbij n iemand de scheidsrechter is. 

Deze oefening staat ook beschreven in het boek ‘Toolbox voor Trainingsacteurs’. Ken jij nog leuke oefeningen waarin je deelnemers ja-maar gedrag laat ervaren, dan hoor ik ze graag!

25.07.06

Oefening luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD).

3333921254 fba9f26372 m Oefening luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD).

Het vak van trainingsacteur klinkt ontzettend interessant. Tenminste, dat vinden de meeste cursisten. Zij zijn vaak erg nieuwsgierig waarom iemand voor dit vak kiest, wat je als trainingsacteur nou precies doet en wat je ervoor nodig hebt dit vak te kunnen uitoefenen.

Van deze nieuwsgierigheid kun je gebruik maken! In een training waarin cursisten de vaardigheden luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD) leren, kun je als trainer het aanleren van deze vaardigheden goed combineren met het voorstellen van de trainingsacteur aan de groep.

Cursisten krijgen de gelegenheid alles te vragen wat ze willen weten. De trainingsacteur neemt voor de groep plaats en vertelt eventueel zijn naam. Aan de cursisten wordt vervolgens gevraagd te bedenken wat ze van de trainingsacteur willen weten. Ze mogen alles vragen.

Dan krijgt cursist 1 de gelegenheid twee vragen te stellen. Wanneer dit een gesloten vraag is, zal de trainingsacteur deze vraag alleen met ja of nee beantwoorden. Hierdoor wordt het verschil tussen een open en een gesloten vraag duidelijk. Zijn de twee vragen beantwoord, dan is cursist 2 aan de beurt.

Cursist 2 begint met het geven van een samenvatting. Dit is een samenvatting van de vorige twee vragen en antwoorden. Daarna mag ook hij twee vragen stellen. Bij voorkeur vragen die op de vorige twee doorvragen. Dan is de volgende, die uiteraard ook weer begint met een samenvatting.

En zo ga je door tot iedere cursist een keer aan de beurt is geweest. Door deze oefening geeft niet alleen iedere cursist een keer een samenvatting en stelt twee vragen, de groep leert ook direct de trainingsacteur kennen en krijgt de gelegenheid alles te vragen wat ze willen weten.

En? Wat vind je van deze oefening? Of heb je hem misschien al eens gedaan? Ik hoor graag je reactie!


Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!



Gerelateerde groepsoefeningen


cc Oefening luisteren, samenvatten en doorvragen (LSD). photo credit: ϟnapshot 19