Archief categorie ‘Leuke oefeningen’

14.06.10

Raadsel: de taxi chauffeur

NY Taxi 300x216 Raadsel: de taxi chauffeur

Stel je bent een taxichauffeur. Je vertrekt met een lege taxi naar de Julianalaan. Daar stappen 3 passagiers in die naar het station moeten. Op het station aangekomen, stappen 2 passagiers uit en 1 persoon er weer in. De taxi gaat vervolgens naar Dorpsstraat 14 waar er weer 2 passagiers in stappen. Vanaf hier gaat hij verder naar Schiphol om daar 2 personen uit te laten.

Het is nu 12 uur. De chauffeur bedenkt plotseling dat hij nog een kadootje moet kopen. De taxi rijdt via een benzinepomp op de Valeriustraat om een bos rozen te kopen. Daar wordt meteen ook even 25 liter benzine getankt. Daarna rijdt de taxi naar de Schoolstraat om daar 1 passagier uit te laten en twee op te halen. Deze passagiers moeten allemaal naar een groot congres in de RAI. Aangekomen bij de RAI stappen alle passagiers uit.

Vraag:
Wat is de leeftijd van de chauffeur?

Antwoord:
Je eigen leeftijd!
(stel je bent taxichauffeur).

 

De taxichauffeur in je training


Dit raadsel kun je bijvoorbeeld gebruiken in trainingen waar het gaat over luisteren. Als ik dit raadsel in een training gebruik, introduceer ik hem namelijk altijd als een luisteroefening.

Ik zeg tegen de deelnemers: “Dit is een luisteroefening. Luister dus goed!”

Omdat ik veel feiten en details noem, denken deelnemers dat die belangrijk zijn. Ze proberen die allemaal te onthouden en focussen daar dus daar op.

Ook gaat iedereen rekenen hoeveel passagiers er in de taxi zitten. Zeker als je een korte pauze neemt, iedere keer nadat je hebt genoemd hoeveel passagiers er in en uit de taxi zijn gegaan, gaan mensen bijna als vanzelf rekenen.

Bij de vraag “Hoe oud is de taxichauffeur?” zit de groep je vaak verbouwereerd aan te kijken. Leeftijd?! Hoe moeten wij dat nou weten?!

Over het algemeen zijn er altijd wel een paar deelnemers die ineens het antwoord weten. Zeker wanneer die het antwoord gaan geven en ik die allemaal goed keur (terwijl het allemaal verschillende getallen = leeftijden zijn), is de verwarring compleet.

Tijdens de nabespreking kun je vragen stellen als:

  • Hoe heb je zitten luisteren?
  • Waar heb je op gelet? En hoe komt dat?
  • Welke informatie was in dit verhaal belangrijk? En waarom?
  • Hoe komt het dat je die wel/niet gehoord hebt?
  • Hoe zit in de dagelijkse praktijk?

Foto: Selma Foeken
 

Gerelateerde artikelen:

18.05.10

Wat heb jij een raar loopje!

Gisteren zat ik op een terras te wachten op een vriendin met wie ik had afgesproken. Toen ik haar in de verte zag aankomen herkende ik haar meteen. Aan de manier waarop ze liep zag ik direct dat zij het was.

(En nee, mijn vriendin heeft geen ‘raar loopje’. Dat hebben alleen de mannen van het Ministry of Silly Walks van Monty Python ;-) ).

Je kent dat vast ook wel: je ziet en/of hoort iemand aankomen en weet meteen wie het is. Iedereen heeft zo zijn eigen unieke manier van bewegen. En die herken je uit duizenden.

Toch weet je vaak helemaal niet hoe dat er bij jezelf uitziet. Of weet jij wel precies hoe je loopt?!

Als trainer hoef ik je natuurlijk niet te vertellen dat de manier waarop je loopt en beweegt, je lichaamstaal dus, van grote invloed op de communicatie is.

Dat betekent dus dat wanneer je je lichaamstaal bewust wilt inzetten, je eerst moet weten welke lichaamstaal je zelf spreekt. En dat geldt natuurlijk niet alleen voor jou, maar ook voor de deelnemers van je training.

Daarom in dit artikel een leuke lichaamstaaloefening die je met de deelnemers van je training kunt doen: ‘Wat heb jij een raar loopje!’ Een oefening waarin je deelnemers zelf kunnen zien welke lichaamstaal ze spreken.

Oefening: Wat heb jij een raar loopje


Zet alle tafels en stoelen aan de kant en zorg dat er voldoende ruimte is om rond te kunnen lopen. Laat de deelnemers aan een kant van de ruimte op stoelen zitten.

Vertel de deelnemers dat je een oefening gaat doen waarin de lichaamstaal van iedereen sterk uitvergoot wordt. Dat deze op een karikaturale manier zal worden neergezet. 

Vraag een deelnemer (A) om door de ruimte te lopen. De andere deelnemers geef je de opdracht goed te kijken naar de manier waarop deze deelnemers loopt.

Laat vervolgens een tweede deelnemer (B) achter de eerste deelnemer lopen. Vraag B om de manier van lopen van A zo goed mogelijk na te doen. Geef daarbij aan dat hij de manier van lopen iets moet uitvergoten.

Als B het loopje van A te pakken heeft, vraag je C om hier weer achter de te gaan lopen. Aan C vraag je om de loop van B weer iets uit te vergroten. En tot slot vraag je D daar weer achter te gaan lopen.

Vraag A om uit de rij te stappen en naar de andere drie deelnemers te kijken. De manier waarop B,C en D lopen geeft zeer uitvergroot weer hoe A loopt.

Uit ervaring weet ik dat het confronterend kan zijn om te zien wat voor ‘raar loopje’ je zelf hebt (het zag er echt niet uit ;-) ).

Het is daarom belangrijk dat je deze oefening luchtig houdt en duidelijk aangeeft dat het zeer uitvergroot is. Dan kun je er samen lekker om lachen.

Weet jij nog meer leuke lichaamstaaloefeningen, dan hoor ik dat graag! Zet je oefening bij reacties.

 

Gerelateerde artikelen en filmpjes

26.03.10

Het recept voor maximale ellende

35th U.S. Army Culinary Arts Competition - 100324 - Sgt. Ken Turman - U.S. Army Africa

Vaak ligt de nadruk in een training op hoe het wél moet. Zowel tijdens de behandeling van de theorie als in het rollenspel.

Uit onderzoek blijkt echter dat mensen vooral leren van foute voorbeelden. Wanneer mensen een fout voorbeeld zien, gaan zij namelijk voor zichzelf bedenken wat zij in die situatie zouden doen.

Al eerder schreef ik hier een artikel over: Wat is de beste manier om te leren?

Dit betekent dus dat het goed is om in je training ook foute voorbeelden te laten zien. Een werkvorm die je hiervoor kunt gebruiken is het ‘Recept voor maximale ellende’.

Verdeel de groep in twee of drie kleinere groepen (van 4-6 personen) en laat hen een gesprek voorbereiden.

Geef hen de instructie om dit gesprek zo fout mogelijk te laten verlopen. Ze mogen daarbij helemaal los gaan! ;-)

Bijvoorbeeld: Een klant komt aan de balie met een klacht. In plaats dat je de klacht zo goed mogelijk afhandelt, probeer je de klant zo snel mogelijk over de rooie te krijgen. Alles wat je weleens tegen een klant hebt willen roepen of zeggen, of wat je weleens hebt gedacht mag je nu in de praktijk brengen.

Geef de teams 1 minuut voorbereidingstijd en 1 minuut om te kiezen wie van hun team het gesprek gaat voeren. Wanneer de twee minuten om zijn, laat je een van de teams beginnen.

De trainingsacteur speelt in dit voorbeeld de klant en zal vooral met ongeloof en verbazing reageren.  Hij wordt dus niet heel kwaad (want dan is de lol er snel af). Het is juist verbijstering die hij laat zien (en die wordt steeds groter).

Na een minuut of twee leg je het gesprek stil. Daarna laat je de andere teams het gesprek met de trainingsacteur voeren. De uitdaging voor hen is natuurlijk om het nog erger te maken! ;-)

Je kunt eventueel een winnaar bepalen: wie kreeg de klant het meest op de kast?

Na afloop kun je als trainer met de groep in gesprek gaan over wat er allemaal fout ging. Aan de hand van wat er fout ging, kun je vervolgens met de groep bespreken hoe het dan wel moet: de theorie.

Kortom, deze werkvorm is een ideale manier om de theorie op een levendige wijze met je deelnemers te bespreken. Door de eigen inbreng is de betrokkenheid hoog en hoef je als trainer veel minder uit te leggen.

Heb jij deze werkvorm wel eens in je training toegepast? Of ken je andere leuke werkvormen aan de hand waarvan jij de theorie bespreekt? Ik hoor graag je reactie!

Creative Commons License photo credit: US Army Africa

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

23.07.09

Ik leg het nog één keer uit

Een duidelijke instructie geven is niet makkelijk. Dat blijkt wel uit bovenstaand filmpje.

We denken vaak dat we heel helder zijn. En precies aangeven hoe we willen dat iets gebeurt. Dat hoor ik in trainingen deelnemers ook vaak zeggen.

“Maar ik heb het echt heel duidelijk gezegd”. Niet dus.

Een leuke oefening om mensen te laten ervaren hoe moeilijk het is om een goede instructie te geven is deze:

Vraag de deelnemers om de acteur precies te vertellen wat hij moet doen. Dat kan van alles zijn, zoals bijvoorbeeld een poppetje op de flipover tekenen, koffie inschenken of zijn jas aandoen. De acteur zal de instructies letterlijk opvolgen.

De deelnemers zullen exact moeten vertellen hoe hij dat moet doen: pak met je rechterhand de groene stift die op tafel ligt. Haal met je linkerhand de dop eraf. Loop naar de flipover, etc.

Wanneer de instructies niet helemaal duidelijk zijn, geeft de acteur een eigen invulling aan de instructie.  Als er bijvoorbeeld gezegd wordt: ga nu naar de flipover, kan hij dat ook kruipend doen. Er is immers niet gezegd dat hij dat lopend moet doen.

Je kunt deze oefening ook in drietallen doen. Laat hierbij één persoon observeren en opschrijven wat voor soort instructies wel werken en welke niet. Deze observaties kun je vervolgens gebruiken in de nabespreking.

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

24.04.09

Oefening: Ja-maar-gedrag

Ja maar

Een paar jaar geleden zag ik de ja maar show van Berthold Gunster. Een leuke show (met acteurs! ;-) ) die inzicht geeft in de bron van ja-maar-gedrag. Een show waarin ook het publiek een actieve rol had.

Onder andere door het doen van de volgende oefening. Een oefening die je ook in je training kunt doen om deelnemers te laten ervaren hoe snel ze in ja-maar gedrag vervallen. 

De gespreksleider (bijvoorbeeld de trainer of de acteur) vraagt de deelnemers volledig mee te gaan in het gesprek dat hij met ze gaat voeren. 

Hij vraagt de deelnemers een ja-en houding aan te nemen.  Dat betekent dat de deelnemer af is als hij ‘nee’, ‘ja maar’ of ‘euh’ zegt. Ook als hij twijfelt of te lang aarzelt is hij af. 

Je kunt bijvoorbeeld de groep vragen als scheidsrechter op te treden, of iemand een bel of zoemer geven en die te laten horen als hij vindt dat de deelnemer geen ja-en houding meer laat zien.

Een gesprek kan er dan bijvoorbeeld zo uitzien:

  • U bent toch kaakchirurg?
    • Ja dat klopt. 
  • Maar u deed oorspronkelijk iets anders,  toch?
    • Ja zeker.  
  • U bent 4 jaar poppendokter geweest.
    • Klopt ja.  
  • Tot die ene dag waarop u een van uw patienten op de operatietafel verloor.
    • Dat klopt.  
  • De beer van uw neefje.
    • Ja, dat was heel erg.   
  • Had u dat zien aankomen?
    • Nee. 

Bij deze ‘nee’ is de deelnemer af. Let op: een ‘nee’ kan ook bevestigend zijn. Bijvoorbeeld bij: maar jij vond dat helemaal niet erg he!? Nee, inderdaad.

De oefening kun je natuurlijk ook in 3-tallen laten uitvoeren waarbij n iemand de scheidsrechter is. 

Deze oefening staat ook beschreven in het boek ‘Toolbox voor Trainingsacteurs’. Ken jij nog leuke oefeningen waarin je deelnemers ja-maar gedrag laat ervaren, dan hoor ik ze graag!

06.10.08

Stap met je deelnemers in een carrousel

Carrousel / Spain, Barcelona

 

Heb je een training met heel veel deelnemers, maar wil je toch dat iedereen een keer met de trainingsacteur oefent? Gebruik dan een carrousel.

Of wil je graag dat je deelnemers verschillende aanpakken van dezelfde situatie zien? Ook dan is de carrousel een goede werkvorm om te gebruiken. 

Je begint deze werkvorm door de situatie uit te leggen die geoefend gaat worden. Je geeft achtergrondinformatie over de inhoud van het rollenspel. Bijvoorbeeld: de trainingsacteur is een medewerker die altijd te laat komt. Je gaat haar hierop aanspreken.

Vervolgens kies je twee tot drie deelnemers die gaan oefenen. Een van hen speelt de situatie als eerste, de anderen wachten op de gang.

Na afloop van het eerste rollenspel geef je de deelnemer de tijd om even stoom af te blazen. Je bespreekt echter nog niets na. Daarna laat je de volgende deelnemer binnen die exact hetzelfde rollenspel gaat spelen. Dit doe je tot iedereen geweest is.

Als alle deelnemers zijn geweest,  ga je nabespreken. Wanneer je video opnames gemaakt hebt, gebruik je deze bij de nabespreking. Voordeel hiervan is dat ook de deelnemers die op de gang gewacht hebben, kunnen zien wat de anderen gedaan hebben.

Het is belangrijk dat de rollenspellen niet te lang duren. Je moet er aan het eind namelijk meerdere nabespreken. Bovendien blijft bij korte rollenspellen de dynamiek hoog.

Vijf minuten per persoon levert al veel informatie over iemands gedrag op. Dit lijkt kort, maar in de praktijk gebeurt er in een rollenspel van vijf minuten al genoeg om na te bespreken.

Daarnaast is een kort rollenspel voor de mensen die op de gang wachten ook erg prettig. Lang wachten tot ze aan de beurt zijn, kan bij hen de spanning onnodig verhogen.

Het voordeel van deze werkvorm is dat je veel mensen kunt laten oefenen. Daarnaast leren deelnemers van elkaar omdat ze verschillende aanpakken van dezelfde situatie zien. Hierbij is het wel belangrijk om tijdens de nabespreking geen kwaliteitsvergelijking tussen de deelnemers te maken. 

Bespreek iedere deelnemer afzonderlijk en laat de acteur per deelnemer vertellen wat het effect van zijn of haar gedrag was.

Wat zijn jouw ervaringen met deze werkvorm? Ik hoor het graag! Klik op reacties en geef je reactie.

Creative Commons License photo credit: flydime
 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

31.12.07

Groepsoefening feedback geven

circle theatre exercise

Hoe zit dat ook alweer met het geven van feedback? Wat zijn de regels?

  • Ik-boodschap.
    Belangrijk is dat je bij het geven van feedback spreekt vanuit jezelf. Je begint je feedback dus altijd met ik.
  • Concreet gedrag.
    Beschrijf welk gedrag je hebt waargenomen. Dus bijvoorbeeld: ik zie of ik hoor.
  • Het effect.
    Geef aan welk effect het gedrag van de ander op jou heeft.

Heb je de feedback gegeven, dan kun je de ander vragen hoe de feedback overkomt. Of de ander herkent wat je zegt, of het klopt. Je kunt er dus met elkaar over in gesprek gaan. En eventueel kun je een suggestie doen voor gedragsverandering.

Concreet gedrag
In trainingen zie ik dat mensen de meeste moeite hebben met het benoemen van concreet gedrag. Ze kunnen wel aangeven dat ze iemand bijvoorbeeld irritant vinden, maar welk gedrag het nou precies is dat deze irritatie veroorzaakt? Dat is voor veel mensen moeilijk te omschrijven. Daarom is het goed om voorafgaand aan een feedback oefening eerst een oefening observeren & interpreteren te doen.

Groepsoefening feedback geven

 
Leg de groep de feedbackregels uit. Zorg dat de groep het verschil weet tussen een observatie en een interpretatie (eventueel door het doen van een oefening).

Vraag vervolgens of iedere cursist de feedback wil opschrijven die hij aan een klant/collega/vriend/leidinggevende zou willen geven. De persoon aan wie hij de feedback wil geven is voor deze oefening niet belangrijk. Het gaat om het toepassen van de feedbackregels.

Staat de feedback op papier, dan geeft iedereen de opgeschreven feedback in een rollenspel aan de trainingsacteur. Vraag hiervoor aan de acteur om voor een willekeurige cursist te gaan zitten. De betreffende cursist geeft op dat moment zijn opgeschreven feedback in een kort rollenspel aan de trainingsacteur.

De acteur reageert vanuit zijn rol op deze feedback. Komt de boodschap aan? Of gaat hij bijvoorbeeld in verdediging? Uit de reactie van de trainingsacteur wordt duidelijk of de feedbackregels zijn toegepast.

Als trainer kun je het gesprek vrij snel stil leggen. Het gaat in deze oefening puur om het toepassen van de feedbackregels. Vraag eerst de cursist hoe hij vond dat het gesprek verliep.  En waarom hij denkt dat de acteur op deze manier reageert. Vervolgens kun je de acteur om feedback vragen. 

Je kunt ervoor kiezen dezelfde cursist het gesprek nog een keer te laten doen of de acteur voor een andere cursist te laten plaatsnemen. Dit is afhankelijk van de groepsgrootte. Want bij deze groepsoefening komt iedereen een keer aan de beurt.

Weet jij nog leuke feedbackoefeningen? Dan hoor ik dat graag!

Creative Commons License photo credit: frerieke

 

Gerelateerde artikelen


Gerelateerde filmpjes


Andere werkvormen met trainingsacteurs

20.11.07

Groepsoefening observeren en interpreteren

Elise's eyes

Een training met een trainingsacteur ziet er vaak hetzelfde uit: iedere deelnemer doet een keer een rollenspel met de trainingacteur.

Maar dit kan ook anders! Breng variatie aan in je training door een groepsoefening te doen.

Een groepsoefening is, zoals het woord al zegt, een oefening waaraan alle cursisten deelnemen. Uiteraard maak je in dit geval ook gebruik van de trainingsacteur. Die is er nou eenmaal niet voor niets :-) .

Zelf doe ik vaak een observatie oefening. Veel mensen hebben moeite met het verschil tussen interpretatie en observatie. Vaak gaan mensen direct interpreteren. Om de cursisten het verschil te laten ervaren, kun je deze oefening doen.

Vraag de trainingsacteur de ruimte te verlaten en opnieuw binnen te komen. Spreek van te voren af hoe de trainingsacteur binnen komt, bijvoorbeeld verlegen. Belangrijk hierbij is dat de acteur duidelijk gedrag laat zien. Zonder goed waarneembaar gedrag is het voor cursisten namelijk erg moeilijk om observaties terug te geven.

Vraag de groep om te observeren wat de acteur doet en dat op te schrijven. Als de trainingsacteur weer zit en uit zijn rol stapt, vraag je iedereen wat ze geobserveerd hebben. Dit schrijf je op een flip-over.

Over het algemeen zullen mensen voornamelijk interpretaties geven. De groep zal vooral dingen zeggen als: nerveus, verlegen, onzeker. Observaties, zoals bijvoorbeeld zacht praten,  maakte geen oogcontact, kloppen en wachten tot iemand de deur open doet, worden meestal weinig genoemd.

Verdeel daarom de flip-over in tweeen (door een streep te zetten) en schrijf aan de ene kant de interpretaties en aan de andere kant de observaties. Zet hier echter nog niet de woorden interpretatie en observatie boven!

Als iedereen uit de groep heeft aangegeven wat hij heeft gezien, vraag je aan de groep waarom ze denken dat er twee rijen op de flip-over staan. Of zij weten wat het verschil tussen deze twee is. Vaak ziet de groep op dat moment het verschil en realiseren zij zich dat ze voornamelijk interpreteren.

Over het algemeen is de rij met interpretaties twee keer zo lang. Je kunt in de nabespreking van deze oefening samen met de groep bekijken of je de lijst met observaties nog kunt aanvullen.

Na afloop van deze oefening kun je bijvoorbeeld de feedbackregels uitleggen. Bij feedback geven is het belangrijk dat je waarneembaar gedrag teruggeeft. Gedrag dat je geobserveerd hebt. Dat sluit dus goed op deze oefening aan.

Welke groepsoefeningen doe jij in een training? Ik hoor het graag!

Creative Commons License photo credit: Yeshe

Gerelateerde filmpjes

Gerelateerde artikelen

31.05.07

Het hoefijzer

monument to the last horse

Als trainer zul je deze situatie vast wel herkennen: De groep cursisten ziet enorm tegen het oefenen met de trainingsacteur op.

Sommigen hebben nog nooit met een trainingsacteur gewerkt, anderen hebben slechte ervaringen. Niemand wil als eerste. Eerst maar eens zien hoe de trainingsacteur werkt.

Ook deze situatie zal herkenbaar zijn: De energie in de groep is laag. Een paar cursisten hebben al een rollenspel gedaan. Anderen willen nog oefenen. Maar nu even niet.

De energie is zo laag dat de cursisten in hun stoel hangen en niemand iets wil doen. 

In deze beide situaties is de hoefijzer-oefening een goede vorm om in te zetten.

De cursisten zitten of staan in een halve cirkel (het hoefijzer). De acteur gaat voor een willekeurige cursist staan en er vindt een zeer kort rollenspel plaats (30 sec. tot een minuut).

Vervolgens gaat de acteur voor een andere cursist staan. En ook met deze cursist vindt een kort rollenspel plaats.

En zo gaat de acteur op willekeurige volgorde alle cursisten af. Iedereen komt dus aan de beurt.

Het is raadzaam om de oefening om de drie a vier cursisten kort stil te leggen om na te bespreken. Je kunt deze oefening op verschillende manieren inzetten. Ik heb hem zelf onlangs in twee verschillende trainingen gedaan.

Praktijksituatie 1

De eerste training was een assertiviteitstraining. De cursisten zagen erg op tegen het werken met een trainingsacteur. Daarom kozen we voor het hoefijzer als warming-up.

Ik speelde een collega die hen stuk voor stuk vroeg of ze iets voor me wilde kopieren. De opdracht die ze van de trainer kregen was om nee te zeggen.

De reden dat we de training met deze oefening begonnen is dat deze vorm laagdrempelig is. Niemand van de groep staat in het middelpunt. De cursisten staan schouder een schouder en voelen zich hierdoor gesteund.

Zeker bij een assertiviteitstraining waar veiligheid erg belangrijk is, is dit een goede oefening om de training mee te beginnen. Daarnaast kan iedereen spelenderwijs aan de trainingsacteur wennen.

Praktijksituatie 2

De andere training waarin ik deze oefening heb gedaan was een training omgaan met lastige klanten. Samen met de cursisten brachten we eerst de drie meest gehoorde uitspraken van klanten in kaart.

Vervolgens ging ik voor één van de cursisten staan en deed een van deze uitspraken. Er volgde een kort rollenspel en daarna ging ik willekeurig voor een andere cursist staan en deed een andere uitspraak. Alle drie de uitspraken kwamen meerdere keren aan de orde.

In deze training was na de middagpauze de energie in de groep laag waardoor we besloten het hoefijzer in te zetten. Door de herkenbare situaties die ontstonden werd er veel gelachen.

Dit, en het feit dat de rollenspellen kort duurden, maakte dat de energie in de groep weer terug kwam. Bijkomend voordeel was dat door deze oefening meteen verschillende aanpakken zichtbaar werden.

Kortom, de hoefijzer-oefening is een korte en energieke vorm waaraan alle cursisten deelnemen. Dit maakt de oefening zeer geschikt als warming-up en als energizer.

Heb je zelf ervaringen met deze oefening? Of heb je aanvullingen? Dan hoor ik dat graag! Klik op reacties en geef je reactie.

Creative Commons License photo credit: robzand

Andere werkvormen met trainingsacteurs

14.05.07

Dansend door de Roos van Leary

Xian Performance 1

Waarom zou je een rollenspel zittend aan een tafel doen? Dat kan ook gewoon staand, tegenover elkaar. Of, zoals ik een keer in een training deed, dansend door de Roos van Leary.

Tijdens een training waarin de Roos van Leary centraal stond, had de trainer op de grond met tape de twee assen van de Roos geplakt. De boven-onder as en de tegen-samen as.

Hierdoor ontstonden er vier taartpunten en in deze vier taartpunten vond het rollenspel plaats.

Aan de cursist die het rollenspel zou gaan doen, vroeg de trainer een omschrijving te geven van het gedrag waarmee hij wilde oefenen. Daarna vroeg de trainer bij welk taartpunt van de Roos dat gedrag hoort. Ik ging vervolgens in het betreffende vak staan en liet dat gedrag zien.

Toen vroeg ze aan de cursist om het gesprek met mij aan te gaan. Dit betekent dat de cursist zelf ook bepaald gedrag laat zien.

Op het moment dat het gesprek begon, vroeg ze daarom aan de cursist om zelf ook in een taartpunt te gaan staan. Ze vroeg hem in dat vak te gaan staan dat overeen kwam met zijn gedrag.

Vervolgens begon het gesprek. Als trainingsacteur reageerde ik zoals altijd op het gedrag van de cursist.

Zodra ik merkte dat mijn gedrag veranderde en niet meer overeen kwam met het gedrag van het vak waarin ik stond, ging ik in het vak staan dat wel passend was bij mijn gedrag.

Ook de cursist werd gevraagd bij verandering van gedrag het vak op te zoeken wat overeenkwam met het nieuwe gedrag dat hij liet zien. De trainer coachte hem hierbij.

Zodra zij zag dat gedrag en taartpunt niet meer overeenkwamen legde zij het rollenspel stil om hem en zijn mede cursisten te vragen welk taartpunt wel overeenkwam. De cursist ging vervolgens in het juiste vak staan en het rollenspel werd hervat.

En zo bewogen wij tijdens het rollenspel samen door de Roos van Leary en maakten al dansend de Roos en het effect van gedrag inzichtelijk.

Wat zijn jouw ervaringen met deze oefening? Of heb je andere leuke oefeningen om de Roos duidelijk te maken? Ik hoor het graag! 

Creative Commons License photo credit: danielfoster437