Archief categorie ‘Werkvormen met trainingsacteurs’

02.04.12

Oefenen in de U-vorm

U vorm1 Oefenen in de U vorm

Een rollenspel met een trainingsacteur is ideaal om samen met de deelnemer te onderzoeken welk gedrag in een bepaalde situatie het meest effectief is.

‘Oefenen in U-vorm’ is hier zeer geschikt voor en is een werkvorm waarbij je ook nog eens de hele groep betrekt.

Daarnaast vinden veel deelnemers het een prettige manier van werken omdat ze op hun eigen plek mogen blijven zitten.

De werkvorm


Zorg dat de tafels en stoelen in U-vorm in de ruimte staan.

Bespreek met de groep een veel voorkomende situatie uit hun dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld bepaalde klachten die zij vaak van klanten krijgen.

Vraag vervolgens welk type gedrag van een klant de deelnemers in deze situatie erg lastig vinden. Bijvoorbeeld dominant gedrag.

Oftewel: maak samen met de deelnemers een casus.

Als voor iedereen (deelnemers én trainingsacteur) de casus duidelijk is, geef je aan dat je samen met de groep wilt onderzoeken welk gedrag in deze situatie het meest effectief is.

Zou je de casus uit het voorbeeld gebruiken, dan zou je kunnen zeggen dat je samen met groep wilt uitproberen hoe je met een dominante klagende klant om moet gaan.

Vraag nu aan de groep: “Wie wil dit eens uitproberen?”. Of: “Wie wil laten zien hoe hij dit aanpakt?”. Er is altijd wel een deelnemer die als eerste wil.

De trainingsacteur pakt nu zijn stoel op, gaat tegenover de deelnemer zitten en het rollenspel begint. De deelnemer blijft dus gewoon op zijn plek zitten.

Laat het rollenspel niet meer dan 2-3 minuten duren. Er is dan al voldoende gebeurd om te kunnen nabespreken.

Vraag aan de deelnemer hoe hij vond dat het ging en vraag daarna de rest van de groep om een reactie.

Er zal waarschijnlijk al snel iemand zijn die zegt: “Dat zou ik heel anders doen”. Of: “Dat moet je zo en zo doen”.

Zeg op dat moment: “Ik ben heel benieuwd hoe dat eruit ziet, wil je ons dit eens laten zien?”.

De trainingsacteur pakt vervolgens zijn stoel en gaat nu voor de deelnemer zitten die aangegeven heeft het heel anders aan te pakken.

En het volgende rollenspel begint.

Voordelen van deze werkvorm:

  • De betrokkenheid is erg hoog. Er ontstaat een sfeer waarin niet alleen veel wordt geoefend, maar er ook met elkaar overlegd en gediscussieerd wordt over wat de beste manier is om met bepaald gedrag om te gaan.

  • Deelnemers zien verschillende aanpakken van dezelfde situatie.

  • De dynamiek blijft hoog. Een rollenspel duurt kort en er zijn veel deelnemers die aan de beurt komen. Sommigen zelfs meerdere keren.

  • Je voorkomt de situatie dat je steeds moet vragen: Wie wil er nu? Een regelmatig voorkomende situatie die iedere trainer wel kent.

  • Doordat deelnemers lekker op hun eigen vertrouwde plek blijven zitten, ervaren zij deze manier van werken als veel veiliger. Met als gevolg dat (vrijwel) iedereen wel een keer wil oefenen.


Tips voor de trainer


Wanneer je deze werkvorm inzet, heb je de kans dat deelnemers in de nabespreking hun mond houden omdat ze bang zijn dat ze dan direct aan de beurt komen.

Het is daarom belangrijk dat je niet alleen een onderzoekende sfeer creëert, maar ook duidelijk in de voorbespreking aangeeft wat je van de trainingsacteur verwacht.

Deze werkvorm vraagt namelijk om een extra goede samenwerking tussen trainer en trainingsacteur.

Je verleidt echt samen de deelnemers om te experimenteren. Het is dus belangrijk dat de trainingsacteur niet een te afwachtende houding aanneemt.

Zodra iemand aangeeft het anders te doen, moet ook de trainingsacteur aangeven: “Laten we dat eens gaan uitproberen” en bij de betreffende deelnemer aanschuiven.

Geef dus duidelijk aan dat je dit van de trainingsacteur verwacht.

Tips voor de trainingsacteur


Omdat de deelnemers op hun eigen plek blijven zitten, kan niet iedere deelnemer jou tijdens het rollenspel goed zien. Wees je hiervan bewust!

Bespreekt de trainer het rollenspel wat jij zojuist met de deelnemer hebt gehad na, blijf dan nog even op je plek zitten.

Wordt het rollenspel in zijn algemeenheid nabesproken (het gaat dan dus niet over een specifieke deelnemer) ga dan weer vooraan de groep zitten zodat alle deelnemers je goed kunnen zien.

Wat zijn jouw ervaringen met deze werkvorm?


Heb jij deze werkvorm wel eens gebruikt? Wat zijn jouw ervaringen? Hoe en wanneer gebruik jij deze werkvorm? Ik lees graag je reactie!


Andere werkvormen met trainingsacteurs



Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief en ontvang iedere week een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en over en rollenspelen.

Of bestel mijn GRATIS E-book ’12 werkvormen voor in je training’

15.11.11

Wat denk je nu?

teksballon Wat denk je nu?


Ik ben jarenlang een fanatiek theatersporter geweest.
Theatersport is een vorm van improvisatietheater waarin twee teams tegen elkaar strijden welk team het beste kan improviseren. Een variant hierop is het bekende tv-programma ‘de Lama’s’.

Tijdens een theatersportwedstrijd spelen de twee teams om de beurt een scene.
Voor deze scenes maken zij gebruik van spelvormen.

Een overzicht van deze spelvormen vind je onder andere op de website van theatersportvereniging Pro Deo en in het boek ‘ Theater vanuit het niets‘ van André Besseling.

Ook voor trainers zijn zowel de website als het boek zeer interessant, want veel van deze spelvormen kun je in je training gebruiken. Bijvoorbeeld als energizer.

Wat ik ook vaak doe, is een spelvorm uit de theatersport ter inspiratie gebruiken voor het verzinnen van een nieuwe werkvorm. Dat heb ik bijvoorbeeld gedaan met de spelvorm ‘Terzijde’. Dit is de werkvorm ‘Wat denk je nu?’ geworden.

De spelvorm ‘Terzijde’


In de spelvorm ‘Terzijde’ spelen twee spelers een scene. Op een gegeven moment richt één van de spelers zich tot het publiek. De andere speler stopt op dat moment met spelen (‘freeze’).

De speler die zich tot het publiek richt, vertelt aan het publiek wat zijn ware gevoelens of gedachten zijn. Hij vertelt dus wat er in hem omgaat en doet alsof de andere speler er niet bij is. Vervolgens richt hij zich weer tot zijn medespelers en speelt weer verder alsof de ‘terzijde’ nooit heeft plaatsgevonden.

Het publiek heeft nu extra informatie; de medespeler heeft deze informatie niet. Bijvoorbeeld dat hij al jarenlang verliefd is op de andere speler.

Het publiek gaat ineens heel anders naar de twee spelers kijken en de scene wordt een stuk interessanter!

Gebruik je deze spelvorm in een rollenspel, dan komt daar de werkvorm ‘Wat denk je nu?’ uit.

‘Wat denk je nu?’


De trainingsacteur speelt een 1-op-1 rollenspel met de deelnemer.

Op een gegeven moment richt de trainingsacteur zich tot de andere deelnemers en vertelt wat er in zijn hoofd omgaat.

Hij blijft op zijn plek zitten, maar draait richting de andere deelnemers. Alsof de deelnemer met wie hij het rollenspel speelt er niet bij is. Hij vertelt zijn ware gedachten en gevoelens, richt zich vervolgens weer tot de deelnemer en het rollenspel gaat verder.

Met het delen van zijn gedachten, geeft hij de deelnemer extra informatie.
Op indirecte wijze geeft de trainingsacteur een tip aan de deelnemer met wie hij het rollenspel speelt.

Praktijkvoorbeeld


Ik heb deze vorm een keer gebruikt bij een deelnemer die erg onzeker was. Ze was de jongste in het bedrijf waar ze werkte en was er van overtuigd dat haar leidinggevende haar dom vond. Daardoor durfde ze niet met nieuwe ideeën te komen, terwijl dit een onderdeel van haar functie was.

We speelden een rollenspel waarin ik haar leidinggevende speelde. Zij kwam met allerlei voorstellen en ik stelde als haar leidinggevende kritische vragen. Een herkenbare situatie voor haar.

Ondanks haar onzekerheid kwam ze deskundig en stevig over. Ik zag wel dat ze moeite had met de kritische vragen en ik kreeg het vermoeden dat ze een time-out wilde nemen.

Ik richtte me naar de andere deelnemers en zei: ‘Zo, ze heeft er goed over nagedacht zeg! Alleen betekent dit nogal wat voor onze organisatie. Dit krijg ik er niet zomaar door. Ik wil dus wel zeker weten dat het écht een goed plan is.’ Daarna richtte ik me weer tot de deelnemer en stelde nog een kritische vraag.

Door het geven van deze extra informatie had ik de deelnemer inzicht gegeven in waarom ik haar al die vragen stelde!

Dit had helemaal niets met haar te maken! Al kon ze dat nog steeds niet helemaal geloven. Wel gaf deze extra informatie over de gedachten van de leidinggevende haar precies dat wat ze nodig had om verder te gaan met het rollenspel.

Tips voor de trainer


Gebruik je deze werkvorm in je training, vertel de deelnemer dan dat de trainingsacteur af en toe uit het rollenspel kan stappen. Dit om te voorkomen dat de deelnemer geen idee heeft wat hij moet doen wanneer dit gebeurt. Hij mag dus lekker even luisteren en hoeft zelf niets te doen.

Zeg tegen de deelnemer dat de trainingsacteur vertelt wat er in hem omgaat en dat hij als het ware een kijkje in het hoofd van de trainingsacteur krijgt. Uiteraard mag de deelnemer deze extra informatie daarna gebruiken in het rollenspel.

Tips voor de trainingsacteur


Deze werkvorm komt overeen met het geven van feedback in de rol na afloop van een rollenspel.
Je doet dit nu alleen tijdens het rollenspel. Je blijft dus in je rol! Je praat dus niet over degene die je speelt, maar als de persoon zelf.

Een goed moment om er even uit te stappen.
Als je merkt dat het gesprek dreigt vast te lopen, is dat een goed moment om je tot de andere deelnemers te richten. Met de indirecte tips die je zo geeft, heeft de deelnemer nieuwe informatie die hij kan gebruiken om het rollenspel weer vlot te trekken.

Houd het kort!
Een paar zinnen (en soms zelfs maar één zin) kan al voldoende zijn om de deelnemer inzicht te geven in jouw gedachten, of informatie over jouw motieven.

Stap er niet te vaak uit.
Dat vertraagt het proces. Bovendien moet een deelnemer er vaak daarna weer even inkomen.

Jij bent er verantwoordelijk voor dat het rollenspel weer verder gaat.

Wanneer je eruit stapt, is het voor een deelnemer lastig het rollenspel daarna weer op te pakken. Dus als het rollenspel weer verder gaat, ben jij de eerste die wat zegt. Hiermee help je de deelnemer om er weer in te komen.

Wat vind jij?


Ik ben benieuwd wat je van deze werkvorm vindt! En of je misschien zelf ook leuke varianten op het standaard rollenspel kent. Ik lees graag je reactie.

(en wil je leren hoe je zélf werkvormen maakt, kom dan naar de Werkvormen Tweedaagse).


 

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere week GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!



 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

11.05.11

Wat zou jij doen?

5065834411 d12669d487 m Wat zou jij doen?

Wanneer je met grote groepen werkt, is er vaak geen tijd om iedereen een rollenspel te laten spelen. Bovendien wordt je training erg saai als je iedere deelnemer een keer aan de beurt wilt laten komen.

Want wat dacht je dat er met de aandacht en de betrokkenheid van de overige deelnemers gebeurt?! Die wordt steeds minder als zij vooral zitten te kijken.

Een leuke werkvorm die je met een grote groep kunt doen, is de werkvorm: Wat zou jij doen? Bij deze werkvorm is namelijk de hele groep actief.

Werkvorm: Wat zou jij doen?


Zet alle tafels en stoelen aan de kant zodat er een grote lege ruimte in het midden van de trainingsruimte ontstaat. Teken daarna in de lengte van de ruimte een (denkbeeldige) lijn op de vloer.

Omschrijf nu een voor deelnemers herkenbare situatie. Uiteraard is dit een situatie die past binnen het thema van je training.

Stel je geeft een verzuimtraining. Dan zou dit de situatie kunnen zijn:

Een van je medewerkers meldt zich ziek. Hij belt je op en geeft aan dat hij zich niet zo lekker voelt. Hij heeft hoofdpijn en vertelt dat hij in ieder geval vandaag de hele dag thuis blijft.

Geef vervolgens aan hoe jij op deze situatie zou reageren. Kies hierbij bijvoorbeeld voor een reactie die veel deelnemers geven. Of kies juist voor een reactie die vrijwel niemand geeft.

Welke reactie je ook kiest, omschrijf duidelijk wat je reactie zou zijn.

Wat ik zou doen is tegen hem zeggen dat hij lekker zijn bed in moet kruipen, want ziek = ziek. Ik wens hem dus van harte beterschap, meld zijn ziekmelding bij de bedrijfsarts en zie hem vanzelf wel weer verschijnen.

Vraag nu aan de groep of zij het met deze reactie eens zijn. En zo niet, wat zij dan anders zouden doen. Laat ze hier even over nadenken.

Als ze voor zichzelf helder hebben wat zij in deze situatie zouden doen, vraag je hen op de (denkbeeldige) lijn te gaan staan.

Wijs duidelijk aan welke kant van de lijn ‘mee eens’ is en welke kant van de lijn ‘mee oneens’ is. In het midden is dus ‘deels mee eens, deels mee oneens.

Nu iedereen op de lijn staat, kun je de deelnemers vragen of zij willen laten zien hoe zij op deze situatie zouden reageren. Je kunt ze nu dus een rollenspel laten doen, waarbij ze op hun plek in de rij kunnen blijven staan (zoals bij de werkvorm ‘het hoefijzer’).

Vraag de trainingsacteur om naar een deelnemer te stappen en een kort rollenspel te doen. In ons voorbeeld speelt hij dus de medewerker die zich ziek meldt. De deelnemer kan vervolgens reageren zoals hij vindt dat je dat zou moeten doen.

Bespreek na drie tot vier deelnemers de rollenspelen na. Je kunt vervolgens vragen of iedereen nog steeds vindt dat hij op de goede plek staat, want deze rollenspelen kunnen natuurlijk tot nieuwe inzichten leiden.

Daarna kun je een paar andere deelnemers het rollenspel laten doen. Of je brengt een nieuwe situatie in.

 

Wat betekent deze werkvorm voor de trainingsacteur?


Zorg er allereerst voor dat je goed weet wat het doel van het rollenspel is. Wil de trainer een vaardigheid trainen, een gespreksmodel aanleren, of is deze werkvorm bedoeld om verschillende aanpakken met elkaar te bespreken.

Het doel is namelijk van invloed op de manier waarop jij acteert. En op de feedback die je geeft.

Kies als trainingsacteur deelnemers die op verschillende plekken in de rij staan. Dit is vooral belangrijk als de trainer deze werkvorm gebruikt om zoveel mogelijk verschillende aanpakken te laten zien en daarover met elkaar van gedachten te wisselen.

Neem zelf het initiatief. Jij start dus het rollenspel door naar een deelnemer te lopen en te zeggen wat de trainer in de situatieschets heeft verteld. In dit voorbeeld meld je je dus ziek.

Zorg ervoor dat de deelnemer daarna de kans en de ruimte krijgt om te laten zien hoe hij op de ziekmelding zou reageren.

Laat tot slot het rollenspel niet te lang duren. Een kort gesprekje van twee minuten is voldoende. Rond het gesprek af en loop naar een andere deelnemer.

Wat zijn jouw ervaringen met deze werkvorm?


Ik ben erg benieuwd naar je reactie op deze werkvorm! En of jij misschien nog andere leuke werkvormen kent die je met een grote groep kunt doen. Ik hoor graag je reactie.

cc Wat zou jij doen? photo credit: milos milosevic


Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere week GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!


Gerelateerde artikelen

Gerelateerde werkvormen

26.03.10

Het recept voor maximale ellende

4456558569 89ba2609b4 m Het recept voor maximale ellende

Vaak ligt de nadruk in een training op hoe het wél moet. Zowel tijdens de behandeling van de theorie als in het rollenspel.

Uit onderzoek blijkt echter dat mensen vooral leren van foute voorbeelden. Wanneer mensen een fout voorbeeld zien, gaan zij namelijk voor zichzelf bedenken wat zij in die situatie zouden doen.

Al eerder schreef ik hier een artikel over: Wat is de beste manier om te leren?

Dit betekent dus dat het goed is om in je training ook foute voorbeelden te laten zien. Een werkvorm die je hiervoor kunt gebruiken is het ‘Recept voor maximale ellende’.

Verdeel de groep in twee of drie kleinere groepen (van 4-6 personen) en laat hen een gesprek voorbereiden.

Geef hen de instructie om dit gesprek zo fout mogelijk te laten verlopen. Ze mogen daarbij helemaal los gaan! icon wink Het recept voor maximale ellende

Bijvoorbeeld: Een klant komt aan de balie met een klacht. In plaats dat je de klacht zo goed mogelijk afhandelt, probeer je de klant zo snel mogelijk over de rooie te krijgen. Alles wat je weleens tegen een klant hebt willen roepen of zeggen, of wat je weleens hebt gedacht mag je nu in de praktijk brengen.

Geef de teams 1 minuut voorbereidingstijd en 1 minuut om te kiezen wie van hun team het gesprek gaat voeren. Wanneer de twee minuten om zijn, laat je een van de teams beginnen.

De trainingsacteur speelt in dit voorbeeld de klant en zal vooral met ongeloof en verbazing reageren.  Hij wordt dus niet heel kwaad (want dan is de lol er snel af). Het is juist verbijstering die hij laat zien (en die wordt steeds groter).

Na een minuut of twee leg je het gesprek stil. Daarna laat je de andere teams het gesprek met de trainingsacteur voeren. De uitdaging voor hen is natuurlijk om het nog erger te maken! icon wink Het recept voor maximale ellende

Je kunt eventueel een winnaar bepalen: wie kreeg de klant het meest op de kast?

Na afloop kun je als trainer met de groep in gesprek gaan over wat er allemaal fout ging. Aan de hand van wat er fout ging, kun je vervolgens met de groep bespreken hoe het dan wel moet: de theorie.

Kortom, deze werkvorm is een ideale manier om de theorie op een levendige wijze met je deelnemers te bespreken. Door de eigen inbreng is de betrokkenheid hoog en hoef je als trainer veel minder uit te leggen.

Heb jij deze werkvorm wel eens in je training toegepast? Of ken je andere leuke werkvormen aan de hand waarvan jij de theorie bespreekt? Ik hoor graag je reactie!

cc Het recept voor maximale ellende photo credit: US Army Africa


Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

23.07.09

Ik leg het nog één keer uit

Een duidelijke instructie geven is niet makkelijk. Dat blijkt wel uit bovenstaand filmpje.

We denken vaak dat we heel helder zijn. En precies aangeven hoe we willen dat iets gebeurt. Dat hoor ik in trainingen deelnemers ook vaak zeggen.

“Maar ik heb het echt heel duidelijk gezegd”. Niet dus.

Een leuke oefening om mensen te laten ervaren hoe moeilijk het is om een goede instructie te geven is deze:

Vraag de deelnemers om de acteur precies te vertellen wat hij moet doen. Dat kan van alles zijn, zoals bijvoorbeeld een poppetje op de flipover tekenen, koffie inschenken of zijn jas aandoen. De acteur zal de instructies letterlijk opvolgen.

De deelnemers zullen exact moeten vertellen hoe hij dat moet doen: pak met je rechterhand de groene stift die op tafel ligt. Haal met je linkerhand de dop eraf. Loop naar de flipover, etc.

Wanneer de instructies niet helemaal duidelijk zijn, geeft de acteur een eigen invulling aan de instructie.  Als er bijvoorbeeld gezegd wordt: ga nu naar de flipover, kan hij dat ook kruipend doen. Er is immers niet gezegd dat hij dat lopend moet doen.

Je kunt deze oefening ook in drietallen doen. Laat hierbij één persoon observeren en opschrijven wat voor soort instructies wel werken en welke niet. Deze observaties kun je vervolgens gebruiken in de nabespreking.

Wat vind jij?


Ik ben benieuwd wat je van deze werkvorm vindt! En of je misschien zelf ook leuke varianten op het standaard rollenspel kent. Ik lees graag je reactie.

(en wil je leren hoe je zélf werkvormen maakt, kom dan op 10 & 11 februari 2012 naar de Werkvormen Tweedaagse).



Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

22.06.09

Rollenspel saai? Hoezo?!


3839305108 7dbfa248d0 m Rollenspel saai? Hoezo?!

Gisteren vertelde een van mijn vrienden dat hij deze week weer een training vanuit zijn werk heeft. En dat er s middags een trainingsacteur bij is. Dat vond ik natuurlijk leuk om te horen. Maar daar dacht hij toch even anders over. Want mijn vriend is het wel een beetje zat, iedere keer weer die rollenspellen met acteurs.

Wat bleek (want ik vroeg natuurlijk wel even door icon smile Rollenspel saai? Hoezo?! in de trainingen die hij had gevolgd werd het rollenspel altijd hetzelfde ingezet: iedereen brengt een eigen casus in. En die worden n voor n in een rollenspel met de acteur uitgespeeld. Vooraan de groep aan een aparte tafel.

Logisch dat hij het zat is. Als het altijd zo gaat, dan is een rollenspel met ‘die acteur’ natuurlijk ook erg saai. Maar dat kan ook anders! Want er zijn heel veel verschillende manieren waarop je een rollenspel in een training kunt inzetten.

In dit artikel beschrijf ik 5 van deze werkvormen voor het rollenspel (en nu maar hopen dat de trainer van mijn vriend dit artikel ook leest icon wink Rollenspel saai? Hoezo?! )

 

1. Hoefijzer

Het hoefijzer is een werkvorm die je goed kunt gebruiken om deelnemers kennis te laten maken met het werken met een acteur. Tevens kun je deze vorm inzetten voor het trainen van specifieke vaardigheden.

De cursisten zitten of staan in een halve cirkel (het hoefijzer). De acteur gaat voor een willekeurige cursist staan en er vindt een zeer kort rollenspel plaats (30 sec. tot een minuut). Vervolgens gaat de acteur voor een andere cursist staan. En ook met deze cursist vindt een kort rollenspel plaats. En zo gaat de acteur op willekeurige volgorde alle cursisten af. Iedereen komt dus aan de beurt. Na twee tot drie cursisten geeft de trainingsacteur feedback. 
 

2. Simulatie zonder aanloop

Bij een simulatie zonder aanloop start het rollenspel midden in een gesprek. Er is geen opbouw in het gesprek, het rollenspel begint precies op dat moment dat er een specifieke vaardigheid moet worden ingezet. Bijvoorbeeld afronden.

Het voordeel is dat dit veel tijd scheelt (er is geen aanloop) en dat er ingezoomd wordt op n deel van een gesprek. Wanneer je dit vervolgens door verschillende deelnemers laat spelen, zien zij verschillende varianten.

 

3. Oefenen in de U-vorm

Dit is een dynamische manier om de rollenspellen te doen. De tafels staan in een U-vorm opgesteld en de deelnemers blijven op hun plaats zitten. De acteur schuift met zijn stoel bij n van de deelnemers aan en het rollenspel begint. Als het rollenspel stil gelegd wordt (door deelnemer of trainer) volgt de nabespreking. Wanneer n van de deelnemers tijdens de nabespreking aangeeft het anders gedaan te hebben pakt de acteur zijn stoel en schuift bij die betreffende deelnemer aan. En het rollenspel start opnieuw.

Doordat deelnemers op hun eigen plek mogen blijven zitten, wordt het doen van een rollenspel als minder eng ervaren. Daarnaast is bij deze werkvorm de betrokkenheid hoog (want de acteur kan ook bij jou aan tafel gaan zitten).

 

4. In fasen

Deze werkvorm is ideaal voor trainingen waarin een gespreksmodel met duidelijke fasen aangeleerd wordt. De verschillende fasen van het  gespreksmodel worden door verschillende deelnemers geoefend. De eerste deelnemer oefent het eerste gedeelte. Daarna is de nabespreking en gaat de volgende deelnemer verder met de tweede fase van het gesprek. Zo worden alle fasen van het gesprek afgewerkt.

Het voordeel van deze werkvorm is dat iedere gespreksfase uitgebreid aan bod komt. Deelnemers ervaren duidelijk waar fasen in elkaar overgaan.

 

5. Teams

De groep wordt in twee teams verdeeld en ieder team bereid het rollenspel voor. Een van de teams bereidt de eigen rol voor en bepaalt wie van hen het rollenspel gaat spelen. Het andere team bereidt samen met de trainingsacteur de tegenrol voor. Als het rollenspel begint, mogen beide teams time outs nemen als hun afgevaardigde vastloopt of dingen doet waar ze het niet mee eens zijn.

In deze vorm zijn alle deelnemers aktief betrokken. Daarnaast geeft het de deelnemers inzicht in de gedachten en overtuigingen van de tegenrol.

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

Heb jij ervaring met één van deze werkvormen of weet jij nog leuke andere werkvormen, dan hoor ik dat graag! 

cc Rollenspel saai? Hoezo?! photo credit: lanuiop 

06.10.08

Stap met je deelnemers in een carrousel

4782405027 4f8840d577 m Stap met je deelnemers in een carrousel

 

Heb je een training met heel veel deelnemers, maar wil je toch dat iedereen een keer met de trainingsacteur oefent? Gebruik dan een carrousel.

Of wil je graag dat je deelnemers verschillende aanpakken van dezelfde situatie zien? Ook dan is de carrousel een goede werkvorm om te gebruiken. 

Je begint deze werkvorm door de situatie uit te leggen die geoefend gaat worden. Je geeft achtergrondinformatie over de inhoud van het rollenspel. Bijvoorbeeld: de trainingsacteur is een medewerker die altijd te laat komt. Je gaat haar hierop aanspreken.

Vervolgens kies je twee tot drie deelnemers die gaan oefenen. Een van hen speelt de situatie als eerste, de anderen wachten op de gang.

Na afloop van het eerste rollenspel geef je de deelnemer de tijd om even stoom af te blazen. Je bespreekt echter nog niets na. Daarna laat je de volgende deelnemer binnen die exact hetzelfde rollenspel gaat spelen. Dit doe je tot iedereen geweest is.

Als alle deelnemers zijn geweest,  ga je nabespreken. Wanneer je video opnames gemaakt hebt, gebruik je deze bij de nabespreking. Voordeel hiervan is dat ook de deelnemers die op de gang gewacht hebben, kunnen zien wat de anderen gedaan hebben.

Het is belangrijk dat de rollenspellen niet te lang duren. Je moet er aan het eind namelijk meerdere nabespreken. Bovendien blijft bij korte rollenspellen de dynamiek hoog.

Vijf minuten per persoon levert al veel informatie over iemands gedrag op. Dit lijkt kort, maar in de praktijk gebeurt er in een rollenspel van vijf minuten al genoeg om na te bespreken.

Daarnaast is een kort rollenspel voor de mensen die op de gang wachten ook erg prettig. Lang wachten tot ze aan de beurt zijn, kan bij hen de spanning onnodig verhogen.

Het voordeel van deze werkvorm is dat je veel mensen kunt laten oefenen. Daarnaast leren deelnemers van elkaar omdat ze verschillende aanpakken van dezelfde situatie zien. Hierbij is het wel belangrijk om tijdens de nabespreking geen kwaliteitsvergelijking tussen de deelnemers te maken. 

Bespreek iedere deelnemer afzonderlijk en laat de acteur per deelnemer vertellen wat het effect van zijn of haar gedrag was.

Wat zijn jouw ervaringen met deze werkvorm? Ik hoor het graag! Klik op reacties en geef je reactie.

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere twee weken GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!

cc Stap met je deelnemers in een carrousel photo credit: flydime
 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

27.02.08

Ga met je deelnemers naar de sportschool.

sportschool 3 Ga met je deelnemers naar de sportschool.

Op mijn sportschool zijn er veel verschillende groepslessen waar je uit kunt kiezen. Zelf ben ik een grote fan van Bodybalance, maar je kunt bijvoorbeeld ook kiezen voor Bodyjam, Bodyattack, Bodypump of Bodycombat. Dat er bij deze lessen aan je Body gewerkt wordt lijkt me duidelijk! 

Ben je nou niet zo van de klasjes, dan zijn er ook nog de fitnessapparaten. Voor iedere spiergroep is er wel een apparaat. Samen met de fitnessinstructeur kun je een eigen trainingsschema opstellen. Dit schema is altijd afhankelijk van je eigen wensen. De een sport nou eenmaal voor een betere conditie, terwijl de ander juist wil afvallen of voor strakkere billen gaat. En wil je het heel professioneel aanpakken, dan kun je zelfs een personal trainer inhuren.

Kortom, een sportschool biedt zoveel verschillende mogelijkheden dat er vrijwel voor iedereen wat wils is. En een sportschool biedt maatwerk. Als lid van een sportschool maak je namelijk zelf de keuze waar je gebruik van maakt en hoe vaak je dat doet.

Het principe van de sportschool kun je ook gebruiken in een training: bied verschillende onderdelen in je training aan en laat de deelnemers zelf kiezen welke onderdelen ze willen volgen. Oftewel, maak gebruik van het sportschool-model.

Ik weet niet wie dit model verzonnen heeft, maar ik heb zelf al een paar keer geacteerd in trainingen waarin dit principe werd toegepast. Dit waren trainingen van verschillende trainingsbureaus. De overeenkomst was echter dat de deelnemers allemaal erg tevreden waren. Omdat ze zelf konden kiezen. Omdat hen maatwerk werd geboden.

Hoe ziet zon training eruit?
Een training waarin het sportschool-model wordt toegepast, bestaat uit verschillende onderdelen. Ieder onderdeel heeft dezelfde duur, bijvoorbeeld een uur. Je kunt de deelnemers zelf laten kiezen welke onderdelen ze willen volgen. Je kunt dit doen door hen te laten intekenen. Dit geeft deelnemers de mogelijkheid een bepaald onderdeel meerdere keren te volgen.

Je kunt ook een roulatieschema maken. In dat geval doorloopt iedereen elk onderdeel. Ten slotte kun je ervoor kiezen deelnemers in te delen in (kleine) groepen, zodat ze als groep een onderdeel volgen.

Uit welke onderdelen kan de training bestaan?
Hieronder staat een lijst met mogelijke onderdelen. Uiteraard kun je hier onderdelen aan toevoegen of van weglaten.

  • Theorie. Een trainer behandelt de theorie.
  • Zelfstudie. In een ruimte liggen bijvoorbeeld boeken, staat een pc en/of liggen vakbladen zodat deelnemers in hun eigen tempo de theorie tot zich kunnen nemen.
  • Rollenspel met een trainingsacteur. Deelnemers oefenen een eigen casus en/of proberen de theorie in praktijk te brengen. 
  • Coachingsgesprek. Gesprek met een coach waarin dieper ingegaan wordt op leervragen van de deelnemer en/of situaties waar hij in de dagelijkse praktijk tegenaan loopt.
  • Voorbereidingstijd. Om het gesprek met de coach en/of het rollenspel met de trainingsacteur voor te bereiden.
  • Vragenlijst, proefexamen of bijvoorbeeld een kennisquiz. Dit om de theoretische kennis van deelnemers toetsen.

De keuzes die je maakt, zoals de grootte van de groepen en het aantal onderdelen, zijn uiteraard afhankelijk van het doel van je training. En ik realiseer me ook heel goed dat de keuzes afhankelijk zijn van je budget. Want hoe meer onderdelen en hoe kleiner de groepen, hoe hoger de kosten van de training.

Tegelijkertijd denk ik dat deze kosten zich terugverdienen. Want een training is toch veel effectiever als het op de persoonlijke leerbehoefte van de deelnemer is aangepast?! Vraag maar na op je sportschool, daar kunnen ze je alles vertellen over de effectiviteit van persoonlijke trainingsschemas!

Ervaring met het sportschool-model? Of ken je nog andere leuke modellen? Ik hoor het graag! Klik op reacties en geef je reactie.

Foto

31.12.07

Groepsoefening feedback geven

4083941978 a4eccfcc68 m Groepsoefening feedback geven

Hoe zit dat ook alweer met het geven van feedback? Wat zijn de regels?

  • Ik-boodschap.
    Belangrijk is dat je bij het geven van feedback spreekt vanuit jezelf. Je begint je feedback dus altijd met ik.
  • Concreet gedrag.
    Beschrijf welk gedrag je hebt waargenomen. Dus bijvoorbeeld: ik zie of ik hoor.
  • Het effect.
    Geef aan welk effect het gedrag van de ander op jou heeft.


Heb je de feedback gegeven, dan kun je de ander vragen hoe de feedback overkomt. Of de ander herkent wat je zegt, of het klopt. Je kunt er dus met elkaar over in gesprek gaan. En eventueel kun je een suggestie doen voor gedragsverandering.

Concreet gedrag
In trainingen zie ik dat mensen de meeste moeite hebben met het benoemen van concreet gedrag. Ze kunnen wel aangeven dat ze iemand bijvoorbeeld irritant vinden, maar welk gedrag het nou precies is dat deze irritatie veroorzaakt? Dat is voor veel mensen moeilijk te omschrijven. Daarom is het goed om voorafgaand aan een feedback oefening eerst een oefening observeren & interpreteren te doen.

Groepsoefening feedback geven

 
Leg de groep de feedbackregels uit. Zorg dat de groep het verschil weet tussen een observatie en een interpretatie (eventueel door het doen van een oefening).

Vraag vervolgens of iedere cursist de feedback wil opschrijven die hij aan een klant/collega/vriend/leidinggevende zou willen geven. De persoon aan wie hij de feedback wil geven is voor deze oefening niet belangrijk. Het gaat om het toepassen van de feedbackregels.

Staat de feedback op papier, dan geeft iedereen de opgeschreven feedback in een rollenspel aan de trainingsacteur. Vraag hiervoor aan de acteur om voor een willekeurige cursist te gaan zitten. De betreffende cursist geeft op dat moment zijn opgeschreven feedback in een kort rollenspel aan de trainingsacteur.

De acteur reageert vanuit zijn rol op deze feedback. Komt de boodschap aan? Of gaat hij bijvoorbeeld in verdediging? Uit de reactie van de trainingsacteur wordt duidelijk of de feedbackregels zijn toegepast.

Als trainer kun je het gesprek vrij snel stil leggen. Het gaat in deze oefening puur om het toepassen van de feedbackregels. Vraag eerst de cursist hoe hij vond dat het gesprek verliep.  En waarom hij denkt dat de acteur op deze manier reageert. Vervolgens kun je de acteur om feedback vragen. 

Je kunt ervoor kiezen dezelfde cursist het gesprek nog een keer te laten doen of de acteur voor een andere cursist te laten plaatsnemen. Dit is afhankelijk van de groepsgrootte. Want bij deze groepsoefening komt iedereen een keer aan de beurt.

Weet jij nog leuke feedbackoefeningen? Dan hoor ik dat graag!

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere week GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!


 

Gerelateerde artikelen


Gerelateerde filmpjes


Andere werkvormen met trainingsacteurs

cc Groepsoefening feedback geven photo credit: frerieke

20.11.07

Groepsoefening observeren en interpreteren

4518119787 795bd83139 m Groepsoefening observeren en interpreteren

Een training met een trainingsacteur ziet er vaak hetzelfde uit: iedere deelnemer doet een keer een rollenspel met de trainingacteur.

Maar dit kan ook anders! Breng variatie aan in je training door een groepsoefening te doen.

Een groepsoefening is, zoals het woord al zegt, een oefening waaraan alle cursisten deelnemen. Uiteraard maak je in dit geval ook gebruik van de trainingsacteur. Die is er nou eenmaal niet voor niets icon smile Groepsoefening observeren en interpreteren .

Zelf doe ik vaak een observatie oefening. Veel mensen hebben moeite met het verschil tussen interpretatie en observatie. Vaak gaan mensen direct interpreteren. Om de cursisten het verschil te laten ervaren, kun je deze oefening doen.

Vraag de trainingsacteur de ruimte te verlaten en opnieuw binnen te komen. Spreek van te voren af hoe de trainingsacteur binnen komt, bijvoorbeeld verlegen. Belangrijk hierbij is dat de acteur duidelijk gedrag laat zien. Zonder goed waarneembaar gedrag is het voor cursisten namelijk erg moeilijk om observaties terug te geven.

Vraag de groep om te observeren wat de acteur doet en dat op te schrijven. Als de trainingsacteur weer zit en uit zijn rol stapt, vraag je iedereen wat ze geobserveerd hebben. Dit schrijf je op een flip-over.

Over het algemeen zullen mensen voornamelijk interpretaties geven. De groep zal vooral dingen zeggen als: nerveus, verlegen, onzeker. Observaties, zoals bijvoorbeeld zacht praten,  maakte geen oogcontact, kloppen en wachten tot iemand de deur open doet, worden meestal weinig genoemd.

Verdeel daarom de flip-over in tweeen (door een streep te zetten) en schrijf aan de ene kant de interpretaties en aan de andere kant de observaties. Zet hier echter nog niet de woorden interpretatie en observatie boven!

Als iedereen uit de groep heeft aangegeven wat hij heeft gezien, vraag je aan de groep waarom ze denken dat er twee rijen op de flip-over staan. Of zij weten wat het verschil tussen deze twee is. Vaak ziet de groep op dat moment het verschil en realiseren zij zich dat ze voornamelijk interpreteren.

Over het algemeen is de rij met interpretaties twee keer zo lang. Je kunt in de nabespreking van deze oefening samen met de groep bekijken of je de lijst met observaties nog kunt aanvullen.

Na afloop van deze oefening kun je bijvoorbeeld de feedbackregels uitleggen. Bij feedback geven is het belangrijk dat je waarneembaar gedrag teruggeeft. Gedrag dat je geobserveerd hebt. Dat sluit dus goed op deze oefening aan.

Welke groepsoefeningen doe jij in een training? Ik hoor het graag!

Meer werkvormen?


Vond je dit een interessant artikel? Abonneer je dan op mijn gratis nieuwsbrief.

Je ontvangt iedere week GRATIS een artikel met leuke werkvormen, tips over trainingsacteren en rollenspelen en tips over hoe je het leerrendement van je training verhoogt.

Meld je nu aan!



Gerelateerde filmpjes

Gerelateerde artikelen


cc Groepsoefening observeren en interpreteren photo credit: Yeshe