Artikelen met tag ‘trainingsacteur’

26.03.10

Het recept voor maximale ellende

35th U.S. Army Culinary Arts Competition - 100324 - Sgt. Ken Turman - U.S. Army Africa

Vaak ligt de nadruk in een training op hoe het wél moet. Zowel tijdens de behandeling van de theorie als in het rollenspel.

Uit onderzoek blijkt echter dat mensen vooral leren van foute voorbeelden. Wanneer mensen een fout voorbeeld zien, gaan zij namelijk voor zichzelf bedenken wat zij in die situatie zouden doen.

Al eerder schreef ik hier een artikel over: Wat is de beste manier om te leren?

Dit betekent dus dat het goed is om in je training ook foute voorbeelden te laten zien. Een werkvorm die je hiervoor kunt gebruiken is het ‘Recept voor maximale ellende’.

Verdeel de groep in twee of drie kleinere groepen (van 4-6 personen) en laat hen een gesprek voorbereiden.

Geef hen de instructie om dit gesprek zo fout mogelijk te laten verlopen. Ze mogen daarbij helemaal los gaan! ;-)

Bijvoorbeeld: Een klant komt aan de balie met een klacht. In plaats dat je de klacht zo goed mogelijk afhandelt, probeer je de klant zo snel mogelijk over de rooie te krijgen. Alles wat je weleens tegen een klant hebt willen roepen of zeggen, of wat je weleens hebt gedacht mag je nu in de praktijk brengen.

Geef de teams 1 minuut voorbereidingstijd en 1 minuut om te kiezen wie van hun team het gesprek gaat voeren. Wanneer de twee minuten om zijn, laat je een van de teams beginnen.

De trainingsacteur speelt in dit voorbeeld de klant en zal vooral met ongeloof en verbazing reageren.  Hij wordt dus niet heel kwaad (want dan is de lol er snel af). Het is juist verbijstering die hij laat zien (en die wordt steeds groter).

Na een minuut of twee leg je het gesprek stil. Daarna laat je de andere teams het gesprek met de trainingsacteur voeren. De uitdaging voor hen is natuurlijk om het nog erger te maken! ;-)

Je kunt eventueel een winnaar bepalen: wie kreeg de klant het meest op de kast?

Na afloop kun je als trainer met de groep in gesprek gaan over wat er allemaal fout ging. Aan de hand van wat er fout ging, kun je vervolgens met de groep bespreken hoe het dan wel moet: de theorie.

Kortom, deze werkvorm is een ideale manier om de theorie op een levendige wijze met je deelnemers te bespreken. Door de eigen inbreng is de betrokkenheid hoog en hoef je als trainer veel minder uit te leggen.

Heb jij deze werkvorm wel eens in je training toegepast? Of ken je andere leuke werkvormen aan de hand waarvan jij de theorie bespreekt? Ik hoor graag je reactie!

Creative Commons License photo credit: US Army Africa

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

14.12.09

Hoe lang duurt een rollenspel?

Inexact Time

De situatie die de deelnemer wil oefenen is duidelijk. De acteur heeft de casus uitgevraagd en is in staat om het gevraagde gedrag neer te zetten. Jij als trainer weet wat de leerdoelen van de deelnemer zijn.

De deelnemer en acteur starten het rollenspel en de simulatie is begonnen.

Wat nu? Wanneer leg je het rollenspel stil? Of wacht je gewoon tot het rollenspel is afgelopen?

Mijn ervaring is dat trainers daar heel verschillende mee omgaan. Er zijn trainers die het rollenspel heel vaak stil leggen. En er zijn ook trainers die het geen enkele keer stop zetten en wachten tot het gesprek is afgerond.

Wanneer je het rollenspel stillegt is in ieder geval afhankelijk van je doel met het rollenspel. Wil je dat de deelnemer met een vaardigheid oefent of wil je juist dat de deelnemer een geheel gesprek ervaart. In dat laatste geval zal een rollenspel veel langer duren.

Ook de grootte van de groep kan van invloed zijn op de duur van een rollenspel. Als je als trainer iedereen een keer wilt laten oefenen, zul je het rollenspel niet te lang moeten laten duren. Realiseer je echter wel dat het ‘iedereen een keer laten oefenen’ niet een op zichzelf staand doel moet worden. Dit kan ten koste gaan van de kwaliteit van het rollenspel en/of de nabespreking.

Hoe belangrijk vind je een succeservaring. Wil je die aan iedere deelnemer geven, dan zul je het rollenspel ook niet te lang moeten laten duren. Om deelnemer een kans te geven een succeservaring te hebben, zul je ze namelijk minimaal twee keer hetzelfde rollenspel moeten laten doen. Zodat ze de tips naar aanleiding van het eerste rollenspel direct kunnen toepassen.

Persoonlijk vind ik dat een rollenspel niet lang hoeft te duren. Na een paar minuten is er vaak al zoveel gebeurd, dat er genoeg na te bespreken valt.

Lange rollenspelen werken bovendien vaak drempelverhogend. Als deelnemer heb je het gevoel dat je eindeloos in het middelpunt van de belangstelling staat en alles wat je doet gezien en nabesproken wordt.

En tot slot voorkom je met korte rollenspelen dat de overige deelnemers vooral heel veel kijken (en langzaam in slaap vallen :-) ), wat de dynamiek in de groep niet ten goede komt.

Ik ben benieuwd naar jouw mening. Hoe lang vind jij dat een rollenspel moet duren? Ik hoor graag je reactie!

Creative Commons License photo credit: DanDeChiaro

Gerelateerde artikelen

30.10.09

'Ik wil niet!' Hoe start je het eerste rollenspel?

Ik wil niet

Ik werkte onlangs samen met een trainer die mij voorafgaand aan de training vertelde dat zijn deelnemers vrijwel nooit met een acteur willen oefenen.

 En dat als hij ze vraagt een casus te bedenken, bijna niemand dat doet. Hoe dat kon? Hij had werkelijk geen idee. Maar ik merkte al snel waardoor het kwam.

Alles wat je aandacht geeft groeit.

Na mijn introductie over het werken met een trainingsacteur, vroeg de trainer aan de groep wie er een casus had. Twee mensen gaven aan dat ze wel een situatie hadden die ze wilden oefenen. De andere drie mompelden dat ze niet echt iets wisten.

De trainer zei vervolgens tegen deze drie deelnemers dat ze toch echt een situatie moesten bedenken. Hij probeerde hen ervan te overtuigen dat ze zonder casus echt niet konden oefenen. Dus of ze er nu eentje wilden verzinnen.

Dat hielp niets. Sterker nog, de weerstand werd alleen maar groter. Want n van hen gaf daarna aan helemaal niet te willen oefenen. Omdat het toch niet echt was. En ging vervolgens demonstratief met zijn armen over elkaar zitten. Waarop zijn buurvrouw zei: Ik wil eigenlijk ook geen rollenspel met de acteur doen.

Door zich vooral te richten op de mensen die niet wilden, werd de weerstand in deze groep steeds groter. Nog voor er n rollenspel was gedaan, deed bijna de helft van de groep al niet meer mee. En niemand wilde meer als eerste.

 

Wat doe je wel?

Wanneer je vraagt wie er een casus heeft en wil beginnen, is er altijd wel iemand die als eerste wil.

Altijd? Ja, altijd!

Het kan soms even duren, maar wacht dan gewoon even rustig af en kijk de groep rond. Er is altijd wel een deelnemer die zegt: Ik wil wel als eerste. Al is het soms alleen maar om er vanaf te zijn.

Beloon dit (“fijn dat je als eerste wilt) en ga dan direct met deze deelnemer aan de slag.

Maak hierbij ook gebruik van de acteur. Die is er niet voor niets. Jullie zijn samen verantwoordelijk voor de training. Dus betrek ook de acteur bij het uitvragen van de situatie van het eerste rollenspel.

Je zult zien: nadat het eerste rollenspel is gespeeld, wil er altijd nog wel iemand. Iedereen heeft dan namelijk met eigen ogen kunnen zien hoe de acteur werkt. Wat een rollenspel met een acteur nou precies inhoudt. En hoe deze acteur werkt.

Voor de deelnemers die nog nooit met een acteur hebben gewerkt is dat heel erg prettig. Zij hebben geen ervaring met het werken met een trainingsacteur, maar hebben er meestal wel een beeld bij. En dat is vaak niet bepaald een positief beeld.

Hebben ze de acteur een keer aan het werk gezien, dan zien ze dat het toch wel meevalt. Ze zien dat degene die net geoefend heeft, er veel van geleerd heeft. En blij is dat hij een rollenspel gedaan heeft.

Ook voor de mensen die al wel ervaring met een rollenspel hebben, is het fijn om eerst te zien hoe deze acteur werkt. Dat werkt vaak drempelverlagend.

Voor veel mensen blijft een rollenspel met een acteur heel erg spannend. Dat realiseer ik me heel goed. Leg daarom de focus op de mensen die wel willen en ga daarmee aan de slag. Dan krijg je over het algemeen de hele groep mee is mijn ervaring.

Ik ben benieuwd hoe jij dat doet. Hoe zorg jij dat de groep met de acteur wil oefenen? Ik hoor het graag! Klik hiervoor op ‘reacties’.

Foto: Selma Foeken

 

Gerelateerde artikelen

23.07.09

Ik leg het nog één keer uit

Een duidelijke instructie geven is niet makkelijk. Dat blijkt wel uit bovenstaand filmpje.

We denken vaak dat we heel helder zijn. En precies aangeven hoe we willen dat iets gebeurt. Dat hoor ik in trainingen deelnemers ook vaak zeggen.

“Maar ik heb het echt heel duidelijk gezegd”. Niet dus.

Een leuke oefening om mensen te laten ervaren hoe moeilijk het is om een goede instructie te geven is deze:

Vraag de deelnemers om de acteur precies te vertellen wat hij moet doen. Dat kan van alles zijn, zoals bijvoorbeeld een poppetje op de flipover tekenen, koffie inschenken of zijn jas aandoen. De acteur zal de instructies letterlijk opvolgen.

De deelnemers zullen exact moeten vertellen hoe hij dat moet doen: pak met je rechterhand de groene stift die op tafel ligt. Haal met je linkerhand de dop eraf. Loop naar de flipover, etc.

Wanneer de instructies niet helemaal duidelijk zijn, geeft de acteur een eigen invulling aan de instructie.  Als er bijvoorbeeld gezegd wordt: ga nu naar de flipover, kan hij dat ook kruipend doen. Er is immers niet gezegd dat hij dat lopend moet doen.

Je kunt deze oefening ook in drietallen doen. Laat hierbij één persoon observeren en opschrijven wat voor soort instructies wel werken en welke niet. Deze observaties kun je vervolgens gebruiken in de nabespreking.

 

Andere werkvormen met trainingsacteurs

31.12.07

Groepsoefening feedback geven

circle theatre exercise

Hoe zit dat ook alweer met het geven van feedback? Wat zijn de regels?

  • Ik-boodschap.
    Belangrijk is dat je bij het geven van feedback spreekt vanuit jezelf. Je begint je feedback dus altijd met ik.
  • Concreet gedrag.
    Beschrijf welk gedrag je hebt waargenomen. Dus bijvoorbeeld: ik zie of ik hoor.
  • Het effect.
    Geef aan welk effect het gedrag van de ander op jou heeft.

Heb je de feedback gegeven, dan kun je de ander vragen hoe de feedback overkomt. Of de ander herkent wat je zegt, of het klopt. Je kunt er dus met elkaar over in gesprek gaan. En eventueel kun je een suggestie doen voor gedragsverandering.

Concreet gedrag
In trainingen zie ik dat mensen de meeste moeite hebben met het benoemen van concreet gedrag. Ze kunnen wel aangeven dat ze iemand bijvoorbeeld irritant vinden, maar welk gedrag het nou precies is dat deze irritatie veroorzaakt? Dat is voor veel mensen moeilijk te omschrijven. Daarom is het goed om voorafgaand aan een feedback oefening eerst een oefening observeren & interpreteren te doen.

Groepsoefening feedback geven

 
Leg de groep de feedbackregels uit. Zorg dat de groep het verschil weet tussen een observatie en een interpretatie (eventueel door het doen van een oefening).

Vraag vervolgens of iedere cursist de feedback wil opschrijven die hij aan een klant/collega/vriend/leidinggevende zou willen geven. De persoon aan wie hij de feedback wil geven is voor deze oefening niet belangrijk. Het gaat om het toepassen van de feedbackregels.

Staat de feedback op papier, dan geeft iedereen de opgeschreven feedback in een rollenspel aan de trainingsacteur. Vraag hiervoor aan de acteur om voor een willekeurige cursist te gaan zitten. De betreffende cursist geeft op dat moment zijn opgeschreven feedback in een kort rollenspel aan de trainingsacteur.

De acteur reageert vanuit zijn rol op deze feedback. Komt de boodschap aan? Of gaat hij bijvoorbeeld in verdediging? Uit de reactie van de trainingsacteur wordt duidelijk of de feedbackregels zijn toegepast.

Als trainer kun je het gesprek vrij snel stil leggen. Het gaat in deze oefening puur om het toepassen van de feedbackregels. Vraag eerst de cursist hoe hij vond dat het gesprek verliep.  En waarom hij denkt dat de acteur op deze manier reageert. Vervolgens kun je de acteur om feedback vragen. 

Je kunt ervoor kiezen dezelfde cursist het gesprek nog een keer te laten doen of de acteur voor een andere cursist te laten plaatsnemen. Dit is afhankelijk van de groepsgrootte. Want bij deze groepsoefening komt iedereen een keer aan de beurt.

Weet jij nog leuke feedbackoefeningen? Dan hoor ik dat graag!

Creative Commons License photo credit: frerieke

 

Gerelateerde artikelen


Gerelateerde filmpjes


Andere werkvormen met trainingsacteurs

31.05.07

Het hoefijzer

monument to the last horse

Als trainer zul je deze situatie vast wel herkennen: De groep cursisten ziet enorm tegen het oefenen met de trainingsacteur op.

Sommigen hebben nog nooit met een trainingsacteur gewerkt, anderen hebben slechte ervaringen. Niemand wil als eerste. Eerst maar eens zien hoe de trainingsacteur werkt.

Ook deze situatie zal herkenbaar zijn: De energie in de groep is laag. Een paar cursisten hebben al een rollenspel gedaan. Anderen willen nog oefenen. Maar nu even niet.

De energie is zo laag dat de cursisten in hun stoel hangen en niemand iets wil doen. 

In deze beide situaties is de hoefijzer-oefening een goede vorm om in te zetten.

De cursisten zitten of staan in een halve cirkel (het hoefijzer). De acteur gaat voor een willekeurige cursist staan en er vindt een zeer kort rollenspel plaats (30 sec. tot een minuut).

Vervolgens gaat de acteur voor een andere cursist staan. En ook met deze cursist vindt een kort rollenspel plaats.

En zo gaat de acteur op willekeurige volgorde alle cursisten af. Iedereen komt dus aan de beurt.

Het is raadzaam om de oefening om de drie a vier cursisten kort stil te leggen om na te bespreken. Je kunt deze oefening op verschillende manieren inzetten. Ik heb hem zelf onlangs in twee verschillende trainingen gedaan.

Praktijksituatie 1

De eerste training was een assertiviteitstraining. De cursisten zagen erg op tegen het werken met een trainingsacteur. Daarom kozen we voor het hoefijzer als warming-up.

Ik speelde een collega die hen stuk voor stuk vroeg of ze iets voor me wilde kopieren. De opdracht die ze van de trainer kregen was om nee te zeggen.

De reden dat we de training met deze oefening begonnen is dat deze vorm laagdrempelig is. Niemand van de groep staat in het middelpunt. De cursisten staan schouder een schouder en voelen zich hierdoor gesteund.

Zeker bij een assertiviteitstraining waar veiligheid erg belangrijk is, is dit een goede oefening om de training mee te beginnen. Daarnaast kan iedereen spelenderwijs aan de trainingsacteur wennen.

Praktijksituatie 2

De andere training waarin ik deze oefening heb gedaan was een training omgaan met lastige klanten. Samen met de cursisten brachten we eerst de drie meest gehoorde uitspraken van klanten in kaart.

Vervolgens ging ik voor één van de cursisten staan en deed een van deze uitspraken. Er volgde een kort rollenspel en daarna ging ik willekeurig voor een andere cursist staan en deed een andere uitspraak. Alle drie de uitspraken kwamen meerdere keren aan de orde.

In deze training was na de middagpauze de energie in de groep laag waardoor we besloten het hoefijzer in te zetten. Door de herkenbare situaties die ontstonden werd er veel gelachen.

Dit, en het feit dat de rollenspellen kort duurden, maakte dat de energie in de groep weer terug kwam. Bijkomend voordeel was dat door deze oefening meteen verschillende aanpakken zichtbaar werden.

Kortom, de hoefijzer-oefening is een korte en energieke vorm waaraan alle cursisten deelnemen. Dit maakt de oefening zeer geschikt als warming-up en als energizer.

Heb je zelf ervaringen met deze oefening? Of heb je aanvullingen? Dan hoor ik dat graag! Klik op reacties en geef je reactie.

Creative Commons License photo credit: robzand

Andere werkvormen met trainingsacteurs

14.05.07

Dansend door de Roos van Leary

Xian Performance 1

Waarom zou je een rollenspel zittend aan een tafel doen? Dat kan ook gewoon staand, tegenover elkaar. Of, zoals ik een keer in een training deed, dansend door de Roos van Leary.

Tijdens een training waarin de Roos van Leary centraal stond, had de trainer op de grond met tape de twee assen van de Roos geplakt. De boven-onder as en de tegen-samen as.

Hierdoor ontstonden er vier taartpunten en in deze vier taartpunten vond het rollenspel plaats.

Aan de cursist die het rollenspel zou gaan doen, vroeg de trainer een omschrijving te geven van het gedrag waarmee hij wilde oefenen. Daarna vroeg de trainer bij welk taartpunt van de Roos dat gedrag hoort. Ik ging vervolgens in het betreffende vak staan en liet dat gedrag zien.

Toen vroeg ze aan de cursist om het gesprek met mij aan te gaan. Dit betekent dat de cursist zelf ook bepaald gedrag laat zien.

Op het moment dat het gesprek begon, vroeg ze daarom aan de cursist om zelf ook in een taartpunt te gaan staan. Ze vroeg hem in dat vak te gaan staan dat overeen kwam met zijn gedrag.

Vervolgens begon het gesprek. Als trainingsacteur reageerde ik zoals altijd op het gedrag van de cursist.

Zodra ik merkte dat mijn gedrag veranderde en niet meer overeen kwam met het gedrag van het vak waarin ik stond, ging ik in het vak staan dat wel passend was bij mijn gedrag.

Ook de cursist werd gevraagd bij verandering van gedrag het vak op te zoeken wat overeenkwam met het nieuwe gedrag dat hij liet zien. De trainer coachte hem hierbij.

Zodra zij zag dat gedrag en taartpunt niet meer overeenkwamen legde zij het rollenspel stil om hem en zijn mede cursisten te vragen welk taartpunt wel overeenkwam. De cursist ging vervolgens in het juiste vak staan en het rollenspel werd hervat.

En zo bewogen wij tijdens het rollenspel samen door de Roos van Leary en maakten al dansend de Roos en het effect van gedrag inzichtelijk.

Wat zijn jouw ervaringen met deze oefening? Of heb je andere leuke oefeningen om de Roos duidelijk te maken? Ik hoor het graag! 

Creative Commons License photo credit: danielfoster437

27.04.07

De voorbespreking met een trainingsacteur

Expecting a Call

Tijdens een training ben je samen met de trainingsacteur verantwoordelijk voor de kwaliteit van de training.

Het is dus belangrijk dat jullie samen een goed team vormen.

Daarom neem ik voorafgaand aan een training altijd contact op met de trainer. Ik wil graag weten wat de trainer van mij verwacht en bespreken op welke manier onze samenwerking gaat verlopen.

Daarnaast heb ik informatie over de inhoud van de training nodig om me goed voor te kunnen bereiden.

Wat bespreek je allemaal tijdens de voorbespreking? 
Dit zijn de negen onderwerpen die volgens mij aan de orde dienen te komen:

 

1. Onderwerp

Wat is het onderwerp van de training? Welke theorien worden er gebruikt? Als er tijdens de training modellen worden besproken, is het voor de trainingsacteur ook handig als hij die van te voren ontvangt.

 

2. Leerdoel

Wat is het leerdoel van de training? Welke vaardigheden leren de deelnemers? Wanneer de trainingsacteur dit weet, kan hij hier in zijn spel rekening mee houden. Hij weet dan welke vaardigheden in het rollenspel hij moet belonen.

 

3. Deelnemers

Wie zijn de deelnemers? Wat is hun beroep? Komen ze allemaal uit hetzelfde bedrijf of is het een open inschrijving?

Ook is het voor de trainingsacteur belangrijk om te weten welke rol hij in de training gaat spelen. Speelt hij bijvoorbeeld de rol van leidinggevende of juist van medewerker.

En tot slot is het belangrijk om te weten welk vakjargon er gebruikt wordt. Zo acteerde ik onlangs in een training voor specialisten in het ziekenhuis en dan is het wel prettig als je het verschil tussen een co-assistent, een arts-assistent en een arts-assistent in opleiding weet.

 

4. Ervaring met trainingsacteurs

Heeft de groep al eens eerder met trainingsacteurs gewerkt? Hoe waren de ervaringen? Soms is er in een groep angst voor het werken met trainingsacteurs of zijn er in het verleden negatieve ervaringen geweest. Het is prettig als de trainingsacteur dit van te voren weet. Dan kan hij hier op inspelen.

Ook is het voor de trainingsacteur prettig om te weten wat als trainer je ervaring met trainingsacteurs is. Heb je al vaker met acteurs samengewerkt? Of is dit bijvoorbeeld de eerste keer?

Dit is overigens ook van belang bij de keuze voor type trainingsacteur. Werk je al jaren samen met een trainingsacteur, kies dan bijvoorbeeld voor de Trainingsacteur Classic. Heb je nog geen enkele ervaring, dan is het verstandig om met de Trainingsacteur Premium te gaan samenwerken.

Wil je meer over de verschillende trainingsacteurs weten? Kijk bij diensten voor meer informatie.

 

5. Feedback

Op welke manier wil je dat de acteur feedback geeft? Wil je dat hij dit in of uit de rol doet? Of komen beide vormen van feedback aan de orde?

Wil je weten wat het verschil is, lees dan het artikel: Feedback in of uit de rol?

 

6. Casustiek

Gebruik je tijdens de training eigen casustiek van de deelnemers of zijn er uitgeschreven casussen? In dat laatste geval ontvangt de acteur deze casussen graag van te voren.

Werk je samen met de Trainingsacteur Gold, dan kijkt de trainingsacteur van te voren de casuistiek van de rollenspelen voor je na. En geeft eventueel tips ter verbetering. De Trainingsacteur Premium kan de casuistiek zelfs voor je schrijven.

 

7. Werkvormen

Welke werkvormen wil je gebruiken? Alleen een rollenspel of ga je ook andere werkvormen gebruiken? Werk je samen met de Trainingsacteur Gold dan kan hij je hier uitgebreid over adviseren. Maak daar dus gebruik van!

Ook is het handig om van te voren aan te geven hoeveel mensen je wilt laten oefenen en afspraken te maken over de mogelijkheden van een time out. Kan alleen de trainer het rollenspel stilleggen, of verwacht je dit ook van de trainingsacteur?

 

8. Rolverdeling tussen trainer en acteur

Wie heeft welke rol tijdens de training? Ik ken trainers die het op prijs stellen als ik tijdens de nabespreking zelf inhaak op dat wat er besproken wordt. Andere trainers vinden het juist prettig om zelf de regie te houden en willen dat ik wacht met het geven van feedback tot zij mij het woord geven. Geef daarom aan hoe je de rolverdeling ziet.

De rolverdeling is tevens afhankelijk van het type trainingsacteur waarmee je samenwerkt. De Trainingsacteurs Classic zal in zijn feedback voornamelijk aangeven wat het effect van het gedrag van de deelnemer op hem was. Werk je samen met de Trainingsacteur Gold, dan kan hij daarnaast ook tips geven en een link naar de theorie maken. Wil je dat de Trainingsacteur Gold ook tips geeft, geef dit dan tijdens de voorbespreking aan.

 

9. Lokatie

Tot slot zijn er nog een aantal praktische zaken die besproken moeten worden. Zoals de lokatie van de training en hoe laat je de acteur verwacht. Ikzelf geef er de voorkeur aan om in ieder geval een half uur van te voren aanwezig te zijn. Zeker als ik na de lunch met de groep aan het werk ga. Dit geeft ons de mogelijkheid om nog de laatste dingen te bespreken, zoals de sfeer in de groep en of er die ochtend nog bijzondere voorvallen zijn geweest.

Kortom, om als trainer en acteur als team voor een groep te kunnen staan, is het belangrijk om de hierboven genoemde zaken vooraf met elkaar te bespreken.

Mijn advies is daarom om voorafgaand aan een training altijd contact met elkaar op te nemen. Want ook hier geldt: een goede voorbereiding is het halve werk!

Welke zaken bespreek jij tijdens de voorbespreking? Heb je nog aanvullingen? Ik hoor ze graag!

Creative Commons License photo credit: lioliz

Gerelateerde artikelen

28.03.07

Feedback: in of uit de rol?

I need a face

Na afloop van ieder rollenspel geeft de trainingsacteur feedback. Hij geeft aan hoe hij het rollenspel ervaren heeft en legt uit waarom hij op een bepaalde manier gereageerd heeft. Een acteur kan dit op twee manieren doen: in de rol en uit de rol.

Wanneer een trainingsacteur in de rol feedback geeft, doet hij dat vanuit zijn rolpersonage. Hij blijft in zijn rol en praat vanuit zijn beleving en ervaring. Dit betekent dat de feedback subjectief is en vaak niet helemaal voldoet aan de feedbackregels.

Ik snapte echt niet waar hij het over had. Wat een geblabla. En steeds maar hetzelfde zeggen. Echt heel irritant. Pas toen ik echt boos werd, ging hij eindelijk naar me luisteren.

Geeft een acteur feedback uit de rol, dan doet hij dit volgens de feedbackregels. Hij benoemt concreet waargenomen gedrag en geeft de effecten van dat gedrag aan. Hij geeft als het ware een helikopterview over de situatie en legt het gedrag van zijn rolpersonage uit.

Het duurde lang voordat Suzanne snapte waarom ze bij de bedrijfsarts moet komen. Dat kwam doordat je vaktaal gebruikte. Woorden als probleemanalyse, plan van aanpak en re-integratie, zeggen haar niets. Doordat je steeds dezelfde woorden gebruikte om het uit te leggen, raakte Suzanne gefrustreerd en werd ze boos. In haar boosheid riep ze daarom dat je niet zulke moeilijke woorden moest gebruiken. Doordat je het daarna op andere, voor Suzanne begrijpelijke, manier ging uitleggen, snapte ze wel wat je bedoelde.

Als trainer kun je aangeven op welke manier je wilt dat de trainingsacteur feedback geeft. Uiteraard bespreek je dit tijdens de voorbespreking, maar ook tijdens de training kun je daarin sturen.

Wil je als trainer feedback in de rol, spreek de trainingsacteur dan aan met de naam van het personage. Dus in dit geval zeg je: “Suzanne, hoe ging het gesprek dat je net had?” Suzanne zal vervolgens aangeven hoe het gesprek ging.

Wil je genuanceerde feedback volgens de feedbackregels, vraag het dan aan de trainingsacteur zelf. Dus: “Selma, hoe heeft Suzanne het gesprek ervaren?”

Tot slot: Laat de trainingsacteur ook altijd feedback uit de rol geven! Kies je als trainer voor feedback in de rol, laat de trainingsacteur dan ook altijd feedback uit de rol geven. Het doel van de feedback is dat de cursist inzicht krijgt in het effect van zijn gedrag. Hiervoor is het nodig dat de cursist weet welk concreet gedrag welk effect veroorzaakt. En dat wordt pas echt duidelijk wanneer de trainingsacteur de feedback uit zijn rol geeft. 

Maak jij in je training vaak gebruik van feedback in en uit de rol? Ik hoor graag je ervaringen!

Creative Commons License photo credit: antkriz

12.02.07

De Roos van Leary

rose in the rain

Onlangs acteerde ik in een training waarin de Roos van Leary centraal stond. Dit is een veel gebruikt communicatiemodel dat er van uitgaat dat gedrag, gedrag oproept (voor meer informatie over de Roos, zie wikipedia).

Ik vind de Roos een model dat je niet snel onder de knie hebt. Tenminste, bij mij duurde dat wel even. En ik weet dat ik niet de enige ben.

De trainer met wie ik samenwerkte deed een leuke oefening om de Roos te verduidelijken. Zij gebruikte niet de acht taartpunten, maar ze gebruikte er vier. En ze gebruikte mij, de trainingsacteur, om het model aan de cursisten te verduidelijken.

Hoe deed ze dat? Op de grond had zij door middel van tape de twee assen van de Roos geplakt. De boven-onder as en de tegen-samen as. Hierdoor ontstonden er vier taartpunten.

De trainer vroeg mij in één van deze taartpunten te gaan staan. Dit was in het taartpunt boven-samen.

Vervolgens vroeg zij de cursisten wat boven-samen gedrag is en hoe dat eruit ziet. Zij vroeg de cursisten welk non-verbaal gedrag iemand laat zien die in dat vak staat.

De cursisten moesten mij dus als het ware boetseren. Zij gaven namelijk aan op welke manier ik in dat vak moest gaan staan.

Daarna vroeg zij welke tekst nou typisch een boven-samen tekst is. Die tekst zei ik vervolgens. En zo ging ik alle vier de taartpunten af.

Ik vond dit zelf een erg leuke oefening om de Roos van Leary te verduidelijken. Ik ben benieuwd wat jij ervan vindt. Ik hoor graag je reactie.

Creative Commons License photo credit: lilli2de